Dank je voor dit snelle antwoord. Maar als ik het goed begrijp ben je dan aan het corrigeren voor de diffuse straling, maar wel op een horizontaal oppervlak? Dan komt dat toch niet overeen met de definitie?
De maximale percentages die nu geregistreerd worden komen overeen met de grenswaarde van 120 W/m² op een horizontaal oppervlak. Daarmee kom je aan ongeveer 92%. Maar dat is niet wat je als maximale waarde op een zon-volgend oppervlak kunt verwachten: dan gaat het nu om ongeveer 96%. Dat werd vroeger met de Campbell-Stokes ook zo gemeten. Dus met de huidige 'meet'gegevens in de hand zeg ik dat het volgens mij echt niet klopt.
In de definitie van zonneschijn van de WMO wordt op zich niets gezegd over een horizontaal vlak of loodrecht op de richting de zon. Er wordt enkel gesproken over 'directe zon-irradiantie van minimaal 120 W/m²'. Letterlijk:
Sunshine duration during a given period is defined as the sum of the time for which the direct solar irradiance exceeds 120 W m–2.
De zuiverste meting krijg je inderdaad loodrecht op de zon. Als je meet met een pyrheliometer wordt er ook loodrecht naar de zon gekeken, dus dat is de referentiemeting. Een pyranometer meet op een horizontaal vlak. Om toch te komen tot straling loodrecht op de zon geeft de WMO enkele vergelijkingen waarmee dit wordt teruggerekend (vergelijkingen 8.2 en 8.3 op paginanummer 278 in deze PDF). Diffuse straling wordt geparameteriseerd uit de gemeten globale straling.
Het KNMI meet in elk geval volgens de eisen, normen en aanbevelingen van de WMO. Daarin gaat dus niets 'fout'.
Gr. Ben
Quote selectie