Ok dat is op zich duidelijk. Ik heb ernaar gekeken en ik zie dat de te hanteren formule een beetje 'slippery' is, omdat daarin de cosinus staat van de zenithoek. Dat is hetzelfde als de sinus van de zonshoogte. De fout die je hiermee in de praktijk gauw kunt maken is dat je meent dat je de zonshoogte in de formule in moet vullen. Dan krijg je bij een lage zonnestand de cosinus van een kleine hoek, en die is bijna 1. Dit geeft dus zo goed als geen correctie, en dat maakt het verklaarbaar dat de uitkomsten voor de zonneschijnduur niet of nauwelijks uitkomen boven de 92%, wat vrijwel gelijk is aan de ongecorrigeerde waarde op een horizontaal vlak.
Kortom, ik vermoed een praktische procedurefout. Want er moet deze dagen echt 96% uitkomen, of anders op sommige dagen ietsje minder, maar niet alle dagen 92%. Dat kan gewoon niet juist zijn.
Er is al eens eerder contact geweest met het KNMI hierover en de implementatie van het Slob-algoritme is correct gedaan. Zie voor de KNMI implementatie het Handboek Waarnemingen, hoofdstuk 8, pagina 9 e.v. Daar staat ook dat de sinus van de zonhoogte wordt gebruikt en niet de cosinus van de zenithhoek (punt d bij berekeningen vooraf), vermoedelijk om de verwarring die je noemt te voorkomen.
Uiteindelijk is het compromissen maken, want de Campbell-Stokes is gewoon niet praktisch. De pyranometer levert zeer vergelijkbare resultaten, doch op de uiterst zonnige dagen een fractie minder zon (en op sombere dagen juist wat meer).
Ik zie overigens geregeld percentages van 94-95% over de afgelopen dagen terugkomen. Gisteren nog 95% op Wilhelminadorp. Hoger dan 95% is niet voorgekomen sinds juni 1993, na de omschakeling van Campbell-Stokes naar de pyranometer.
Gr. Ben
Quote selectie