En niet de lasten van een windmolen achter het huis te accepteren. Zeer hypocriet, want hoe kan je dan vóór windmolens zijn? Of bedoeld men windenergie in het algemeen, want er zijn alternatieven genoeg ten opzichte van de windmolen.Ik heb overigens helemaal genoeg van die windmolens. Overal waar ik kijk over de weilanden steken die dingen de lucht in. Flevoland staat er echt meer dan vol mee en in de nacht is het net een kermis met al die rode lichtjes. Nu zijn ze ook tussen Elburg en Zwolle begonnen langs de N50, dag mooi uitzicht van weilanden en kerkdaken in de verte. Het barst hier van de weidevogels en watervogels. Vogels en insecten vliegen zich dood tegen de wieken, er wordt niet gekeken naar de transitie maar naar belangen van de mensen met geld. Nu is het de beurt om de resterende weilanden vol te gooien met zonnepaneel parken, ook zo'n doodzonde waar geld wederom centraal staat en echt niet duurzaamheid of de transitie. Dat wordt slechts als dekmantel gebruikt.
Gelukkig gaan er steeds meer stemmen op om elk plat dak te gebruiken voor zonne-energie. Hopelijk stopt dit de tendens van zonneparken in het nu nog groene landschap. Wat groeit er nog onder de zonneparken en hoe zit het met de invloed op de biodiversiteit? Een ander alternatief is om boven parkeerplaatsen zonneparken te maken, zoals ze hier bij het festivalterrein van Lowlands doen en bij het Heerder strand. Ik zou persoonlijk graag zien dat bebouwing in welke vorm dan ook altijd groene energie moet kunnen produceren. Er zijn zat uitvindingen die gebruik maken van windenergie met kleine turbines boven op gebouwen, bijv. De IKEA.
Helaas krijg ik het gevoel dat marktwerking wederom bepaald hoe ons landschap er uit gaat zien en aangezien we al jaren zien wat marktwerking betekent in onze maatschappij staat alleen het belang van enkele vermogende bedrijven en personen centraal en daarmee niet de mens, noch de natuur.
Goedemorgen trouwens
Goedemorgen.
Een boel vragen. De WUR doet onderzoek naar biodiversiteit. Wellicht interessant voor je om te lezen dat het juist een kans biedt om de biodiversiteit te vergroten.
Zonneparken en biodiversiteit: ruimte voor verbetering - WUR
Zonneparken worden vaak aangelegd op voormalige landbouwgrond. Dit kan leiden tot een verhoging van de natuurwaarden, omdat bemesting en het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet nodig zijn. Uit onderzoek van Wageningen Environmental Research, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, blijkt dat er in werkelijkheid nog te weinig aandacht is voor de biodiversiteit. Met name het beheer kan nog veel beter: slechts 3 van de 25 onderzochte zonneparken wordt optimaal beheerd voor biodiversiteit.
In september 2020 telde Nederland 229 zonneparken. En dit aantal groeit exponentieel. “Tot 2050 voorzien we een behoefte aan tenminste 30.000 ha zonneparken op het land,” zegt ecoloog Friso van der Zee. “In dit dichtbevolkte land kunnen we ons, zeker gezien het grote verlies aan biodiversiteit, niet veroorloven om slimme functiecombinaties te negeren. Maar dan moeten we wel weten wat de effecten van verschillende ontwerpen en beheersvormen zijn op de biodiversiteit, de bodem, het landschap en zelfs de voedselproductie.”
Maaien en afvoeren
De grootste belemmering voor een hoge biodiversiteit op voormalige landbouwgrond, is volgens de onderzoekers de bemeste bodem. Slechts enkele plantensoorten, zoals Engels raaigras of brandnetel, zijn bestand tegen veel bemesting en hoge voedselrijkdom. Om de biodiversiteit op voormalige landbouwgrond te verhogen moet de voedselrijkdom dan ook afnemen, zodat meer plantensoorten de kans krijgen om te groeien. Dit kan, zeker in de eerste vijf jaar, door te maaien en het maaisel af te voeren. De hoogste biodiversiteit is dan ook gemeten in parken die maaien en het maaisel afvoeren. Maar bijna alle zonneparken hanteren klepelbeheer, waarbij het maaisel in stukjes blijft liggen.
Kies voor zuid-opstelling
Ook de opstelling van de zonnepanelen is bepalend voor de biodiversiteit. Zonnepanelen liggen bijna altijd op ‘tafels’ in het veld. Friso van der Zee: “Uit het onderzoek blijkt dat hoe meer ruimte er tussen de tafels met panelen is, hoe hoger de soortenrijkdom. Vanaf ongeveer 2 meter tussen de rijen zijn al hoge soortenaantallen mogelijk, mits het beheer goed is.” De onderzoekers vonden dat de biodiversiteit onder de panelen lager is dan ertussen, waar minder verschillende plantensoorten groeien. Dit geldt vooral voor oost-west-opstellingen, waar de hoeveelheid licht onder de panelen erg laag is. “Kies waar mogelijk dus voor zuid-opstellingen,” adviseert Van der Zee.
Gemeenten: stel eisen
“Ontwikkelaars van zonneparken profileren zich al snel als groen en goed voor de biodiversiteit. Maar die biodiversiteit komt niet vanzelf,” benadrukt Van der Zee. “Daar is meer aandacht en kennis voor nodig bij het ontwerp en beheer.” Gemeenten zouden hier volgens de onderzoekers een sturende rol in kunnen spelen. De gemeente is over het algemeen de instantie die een vergunning voor het bouwen van een zonnepark verleent. Daarbij kan de gemeente een natuurplan vragen en eisen aan het beheer stellen. Ook kan de gemeente monitoring van natuurwaarden voor en na aanleg van het park verlangen. Dit zal de kennis van biodiversiteit bij de onderzoekers en de projectontwikkelaars verhogen.
Onderzoek naar effecten op dieren en bodem
In het onderzoek is gekeken naar plantensoorten. Hoewel de diversiteit aan plantensoorten gerelateerd is aan de algehele biodiversiteit, is nog niet helemaal duidelijk wat de effecten op vogels en insecten zijn en wat de verschillende opstellingen bijvoorbeeld met de koolstofvoorraad in de bodem doen. Dit wordt de komende jaren nader onderzocht als onderdeel van het Wageningen Solar Research Programma. Met dit programma doet WUR onderzoek naar de duurzame aanleg van zonneparken, de kwaliteit van het landschap en inpassen van de voedselproductie (agrivoltaics).