Bron: https://www.vn.nl/temperatuur-stijgt-ontkenning-blijft
Het ene na het andere hitterecord sneuvelt, het ene na het andere onderzoeksrapport luidt de noodklok. Toch gaan we nog steeds massaal over de grenzen van de planeet heen. Waarom? Hans Stegeman geeft antwoord.
Auteur
Hans StegemanNa jaren soebatten ligt er eindelijk een stikstofpakket. Inmiddels is het 7 jaar geleden dat de uitspraak van de Raad van State de vergunningverlening lamlegde en er een impasse in de bouw, landbouw en infrastructuur ontstond.
Wie het pakket als een oplossing beschouwt, is een onverbeterlijke optimist. Dit is hooguit het begin van een nieuw politiek proces, vol nieuwe mogelijkheden tot uitstel. Zodat we over een paar jaar opnieuw kunnen constateren dat het niet genoeg was.
En zo hadden we in juni meer van dat soort nieuws. Neem bijvoorbeeld het Sustainable Development Report 2026. Dit rapport is een initiatief van de Verenigde Naties, en laat zien hoe ver we zijn met de mondiale duurzaamheidsdoelen die in 2015 zijn gesteld om uiterlijk in 2030 te worden behaald. Zie het als een soort internationale duurzaamheidsstrategie.
Het lijkt erop dat geen van de zeventien doelen wordt gehaald. Geen enkele. Slechts 16,5 procent van de onderliggende targets ligt op koers. Een even groot percentage gaat juist achteruit. De rest stagneert. Zelfs Finland, dat bovenaan de ranglijst staat, haalt zijn klimaat- en natuurdoelen niet. Het rapport haalde nauwelijks het nieuws.
Alsof de rapporten extra bevestiging nodig hadden, werden de gevolgen van klimaatverandering deze week overal zichtbaar. Een verzengende hittegolf. Branden op verschillende plekken in Nederland.
Die blindheid voor grenzen is niet alleen een politiek probleem
Gedragsverandering blijft echter uit. Liever een airco dan minder consumptie.
Blijkbaar wil het ons simpelweg niet lukken om met planetaire grenzen om te gaan, of dat nu om klimaatverandering of stikstofuitstoot gaat. Hoe kan dat toch?
Alleen wijzen naar (gevestigde) belangen is te makkelijk, hoewel die er natuurlijk wel degelijk zijn. Boeren, de fossiele industrie en hun lobbyisten komen in verzet zodra grenzen serieus worden genomen. Maar de interessantere vraag is waarom deze partijen er telkens weer in slagen de wetenschap weg te moffelen, noodzakelijke keuzes te blokkeren en hun probleem af te wentelen op de samenleving. Dat lukt niet alleen met macht of geld.
Het lukt vooral omdat ze handig inspelen op iets dat veel dieper zit: onze collectieve behoefte om te geloven dat grenzen uiteindelijk niet echt bestaan. Dat het allemaal wel meevalt. Dat er technische oplossingen zijn. Dat we uiteindelijk niet hoeven te kiezen.
Die blindheid voor grenzen is dus niet alleen een politiek probleem. Die zit ingebakken in de manier waarop we over vooruitgang denken.Stapels rapporten
Laat ik het dicht bij mijn eigen vakgebied proberen te duiden: de economie. De dominante economische manier van denken behandelt grenzen vooral als schaarsteproblemen. Wordt iets schaarser, dan stijgt de prijs. En pas als de prijs hoog genoeg is, volgt innovatie.
Dat denkkader heeft ons ongekend veel welvaart gebracht en werkt vaak ook uitstekend. Maar alleen onder een voorwaarde: innovatie moet volgen vóórdat de grens onherstelbaar is overschreden, zodat de grens uiteindelijk gehandhaafd blijft.
Juist daar gaat het mis.
Markten prijzen grenzen alleen in als dat politiek wordt afgedwongen. En dat gebeurt op dit moment niet. Het idee dat markten en technologie uiteindelijk al onze problemen oplossen, klinkt aantrekkelijk. Helaas is de praktijk weerbarstiger. Als er geen geld aan kan worden verdiend, komt de markt zelden met oplossingen voor een probleem.
Toch is de verwachting die met deze manier van denken gepaard gaat diep doorgedrongen in beleid, politiek en ondernemerschap. Grenzen worden gezien als technische problemen die wachten op technische oplossingen. We zijn gaan geloven dat vrijwel elke grens tijdelijk is, een ongemak dat vroeg of laat wordt opgeheven.
We snappen dondersgoed dat er grenzen zijn
Maar zelfs dat verklaart nog niet alles.
Wij kunnen grenzen berekenen, modelleren en in rapporten gieten. 16,5 procent van de onderliggende targets ligt op koers. We lezen het en vergeten het vervolgens weer snel. Ons voorstellingsvermogen schiet simpelweg tekort om in te zien wat zulke cijfers werkelijk betekenen.
Een grens op papier is geen grens die je voelt. De schade die ontstaat als een grens wordt overschreden bouwt zich langzaam op, verspreidt zich over tijd en ruimte en wordt vaak pas zichtbaar als de gevolgen groot en onomkeerbaar zijn. Wat je niet ziet, niet voelt en niet direct ervaart, schuif je door naar morgen. Tot na de verkiezingen. Tot volgend jaar. Tot het echt niet anders kan.
Juist daar versterken economie en psychologie elkaar. Onze modellen vertellen ons dat grenzen oplosbaar zijn. Ons brein wil dat maar al te graag geloven, ook omdat de gevolgen van niets doen nog abstract zijn. Het resultaat is een samenleving die telkens denkt dat uitstel rationeel is, terwijl de rekening ondertussen oploopt.
En die loopt hard op. Elke 10 jaar uitstel bij klimaat betekent dat de aanpassingskosten ruwweg verdubbelen. Elke vertraagde stikstofmaatregel betekent dat steeds meer natuur voorbij kritieke grenzen raakt. Uiteindelijk zullen we toch moeten betalen. En later is altijd duurder.
Ondertussen stapelen de rapporten zich op. We lezen het, erkennen de ernst ervan en plannen vervolgens onze zomervakantie. Zuid-Europa valt af. Te warm geworden.
We snappen dondersgoed dat er grenzen zijn. We meten ze, modelleren ze en vullen er stapels rapporten mee. Maar begrijpen en voelen zijn twee verschillende dingen. En wat je niet voelt, verschuif je. Tot het niet meer kan. Grenzen verdwijnen niet doordat we ze negeren. De tijd om er iets aan te doen wel.