Hoi allemaal,
Via Bernard Hulshof (Soest) heb ik o.a. een lijst met hozendata gekregen (voor een belangrijk deel ook bijgehouden door Oscar v.d. Velde) waarmee ik eens aan de slag ben gegaan.
Ik heb momenteel voor 30 dagen met waterhozen (en die komen ook in voor- en najaar en sporadisch ook 's winters voor) de temperatuur-, vocht- en drukprofielen geïnterpoleerd tussen 0 en 17 km hoogte met stappen van 200m.
Op die manier kun je 'gemiddelde soundings' berekenen.
Allereerst even een tabelletje met wat kansverdelingen voor verschillende parameters. De mediaan zou ik een 'typische' waarde willen noemen. Bijvoorbeeld: typisch heb je >120 J/kg SBCAPE in de onderste 3 km ('surface-based', dus op basis van de eigenschappen van de lucht op waarnemingshoogte).
Ook typisch is minder dan 6 m/s windschering in de onderste kilometer en in de onderste 3 km nergens meer dan 9 m/s windschering t.o.v. 10m hoogte. Een MLCIN van -5 J/kg is al aan de hoge kant, dus je moet echt vrije convectie hebben.
Boyden Index ligt typisch rond 95.0, etc....
De 'gemiddelde' sounding op basis van 30 waterhoosdagen ziet er als volgt uit:
Wat ik hier typisch aan vind, is dat veruit de meeste CAPE zich in de onderste 3 km bevindt, met rond 700 hPa een stabielere en drogere laag.
Ook typisch vind ik dat de mengverhouding ook in de grenslaag sterk afneemt met de hoogte.
Neem je op alle niveaus (dus met stappen van 200m) afzonderlijk de mediaan, dan krijg je een wat warmer en instabieler profiel:
Dit is een voorlopig resultaatje, vond het wel aardig om even te bespreken hier.
Groet,
Alwin
Quote selectie