In de theorie van Rennó en Bluestein, wordt een uitdrukking gegeven voor de "radius of maximum wind" van een waterhoos. Uit hun eq. 13 blijkt dat deze straal zelfs recht evenredig is met de hoeveelheid vorticiteit in het "invloedsgebied" (het gebied tot waar luchtdeeltjes worden aangezogen) van de vortex. Ik concentreer me nu alleen even op de integraal boven de deelstreep. Als we de vele andere factoren even constant denken, kun je een idee krijgen wat de invloed van vorticiteit is op de straal van de vortex, oftewel gewoon de breedte van de waterhoos. Het lijkt me aannemelijk dat hoe groter de eventuele straal van een vortex zal zijn, hoe waarschijnlijker het is dat er ook daadwerkelijk een (waarneembare) vortex ontstaat. Zodoende is er dus een directe relatie tussen de hoeveelheid vorticiteit en de kans op waterhozen.
Rennó and Bluesteins equation 13 staat hieronder, ik heb het nog even uitgewerkt (precies zoals ze het zelf beschrijven in hun artikel), zodat het mogelijk wat duidelijker wordt. Ik weet niet in hoeverre je thuis bent in de Analyse, maar hier wordt gebruik gemaakt van de stelling van Stokes.
Zie ook de schets onderaan, het is een bovenaanzicht, met de vortex in het midden. De eerste integraal is over de rand van het geschetste gebied, de tweede is over het oppervlak omsloten door deze rand.
Groeten,
Bas
ps. Als je het niet begrijpt, laat het me dan weten, dan zal ik het proberen wat beter uit te leggen.
Quote selectie