VB. De Bilt wijkt op sommige dagen/tijdstippen vooral overdag regelmatig een halve graad of soms zelfs nog meer af (te hoog) met zijn nabije omgeving. Let er maar eens op. Toch onze nationale trots der metingen. De metingen zullen ongetwijfeld goed zijn, daar niks aan afgedaan. Maar het gaat om de afwijkingen in de omgeving en eventuele afwijking daardoor t.o.v. vroegere metingen in De Bilt. En als De Bilt dat al heeft dan zullen er vast meerdere "goede stations" dat hebben. Misschien hebben ze altijd al die afwijking gehad tov van de omgeving, dat zou ook kunnen natuurlijk.
Natuurlijk wist ik daarvan. Maar wist jij dat De Bilt op jaarbasis nog geen 0,05°C afwijkt van het nabijgelegen en open gelegen Soesterberg? Sterker nog, wist je dat De Bilt op jaarbasis nog geen 0,1°C afwijkt van het landelijk gemiddelde -exclusief- De Bilt? Het stadseffect laat zich inderdaad zien tijdens bepaalde dagen, maar op jaarbasis middelt het zich volledig uit. Dat is ook logisch als je erover nadenkt. Toch wordt gecorrigeerd voor het stadseffect omdat het op een termijn van >50 jaar bij significante nadering van de bebouwing wel danig invloed kan hebben dat het leidt tot een lichte kunstmatige trend in de reeks. Voor De Bilt, een vrij extreem voorbeeld wereldwijd gezien, wordt geschat dat het effect neerkomt op zo'n +0,1°C (+/- 0,06°C). Voor de meeste stations is het effect veel kleiner of zelfs omgekeerd (een gevolg van de opwekking van meer menging bijv.). Sterker nog, bij homogenisatie van stadstations aan de hand van plattelandstations (Hansen et al. (JGR, 2001), [1]) bleek dat in 42% van de gevallen de trend van de stadstations naar beneden werd getrokken. M.a.w. in zoveel procent van de gevallen koelde de stations juist af t.a.v. hun omgeving. Een verklaring hiervoor is dat veel stadstations gelokaliseerd zijn in heterogene, relatief koele locaties zoals een groot park.
Kwantitatief, op wereldwijde schaal en kijkend naar langjarige trends, merkt het IPCC (2007) dit over het effect op: ,,Studies that have looked at hemispheric and global scales conclude that any urban-related trend is an order of magnitude smaller than decadal and longer time-scale trends evident in the series (e.g., Jones et al., 1990; Peterson et al., 1999). This result could partly be attributed to the omission from the gridded data set of a small number of sites (<1%) with clear urban-related warming trends. In a worldwide set of about 270 stations, Parker (2004, 2006) noted that warming trends in night minimum temperatures over the period 1950 to 2000 were not enhanced on calm nights, which would be the time most likely to be affected by urban warming. Thus, the global land warming trend discussed is very unlikely to be influenced significantly by increasing urbanisation (Parker, 2006).
Accordingly, this assessment adds the same level of urban warming uncertainty as in the TAR: 0.006°C per decade since 1900 for land, and 0.002°C per decade since 1900 for blended land with ocean, as ocean UHI is zero.''
Ongeveer één-vijfhonderdste van een graad per decade is het effect dus. Tot slot kan ik je aanraden eens het KNMI wetenschappelijk rapport 'Empirical estimation of the effect of urban heat advection on the temperature series of De Bilt (The Netherlands)' te lezen, zie link.
Gr. Ben
[1] Classification of urban areas at continental scales using remotelysensed data
Schneider, A.; McIver, D.K.; Friedl, M.A.; Strahler, A.H.
Geoscience and Remote Sensing Symposium, 2001. IGARSS apos;01. IEEE 2001 International
Volume 5, Issue , 2001 Page(s):2146 - 2148 vol.5
Quote selectie