Waarom veronderstel je lineariteit? De uitgezonden IR straling gaat immers met T^4, terwijl je bovendien rekening moet houden met iets als een verzadigd broeikaseffect.
Ik veronderstel geen lineariteit tussen CO2 en dT maar een logaritmische verband. Dat betekent dat bij iedere verdubbeling de temperatuur met gelijke stappen stijgt. In werkelijkheid loopt het niet precies op deze manier, maar niet zo dat, wanneer het natuurlijke CO2 een aandeel van 7 graden heeft, bij een verdubbeling er nog slecht 1 graad bij komt. Dan zou er ook geen reden tot bezorgdheid zijn. Bij een nog verdere verhoging van het CO2-gehalte zou het geen significant effect meer hebben.
Welke lucht wordt in convectieve bewolking tot grote hoogte opgetild denk je? Is het niet de theta-w/-e in de grenslaag (of in de laag waarmee de buien zich voeden) die de opwarming bovenin de tropische troposfeer bepaalt? (Retorische vraag)
Groet,
Alwin
De hoogte tot waar de lucht stijgt is naast de theta-w onderin ook afhankelijk van de omgevingstemperatuur van de hogere niveaus. Stel dat het gemiddelde niveau, waarop de lucht de buienlichamen verlaat, hoger komt te liggen dan is die lucht relatief kouder met lager rijppunt en dito lager waterdampgehalte. Het verband tussen het vochtgehalte in de grenslaag en die van ex-convectieve lucht gaat alleen op indien de integraal van de uitstroom op hoogte gelijk blijft. De opwarming van de hogere troposfeer komt grotendeels door subsidentie in de compenserende daalbewegingen rond Cb's welke verdrogend werken. Bovendien koelt de stratosfeer af door extra CO2 waardoor de convectie hoger reikt.
groeten Victor
Quote selectie