Omdat die niet te quantificeren zijn. Er zijn wel onzekerheidsmarges ingebouwd, bijvoorbeeld door James Hansen op dit gebied. Die zitten uit het hoofd in de orde van grote van - 0,1 tot +0,3 w/m2.
In die 0,9 W/m2 voor het extra broeikaseffect zijn wel feedbacks verwerkt. Die zijn kennelijk wel te kwantificeren.
Neem Svensmarks "toegenomen wolkenhoeveelheid-vermindere zonneactiviteit"-hypothese. "Welke wolken nemen toe?" is nog wel de belangrijkste vraag. Sommige wolken hebben een hoge albedo en sommige wolken vangen juist veel IR straling op en geven deze weer af aan de atmosfeer. Denk aan stratus versus cirrus.
Svensmark SCHAT het ongelooflijke getal van 3 W/m2. Op basis waarvan? 3 W/m2 vind ik dus ongelooflijk veel en ik weet vrij zeker dat ie dit getal genoemd heeft. Wellicht heeft ie dit later gerectificeerd/genuanceerd. Maar op basis waarvan hij dit schat, is me een raadsel. Dat kan ook niet, als je onderzoek niet de kwaliteit heeft om het peerreviewed en gepubliceerd te krijgen. Maar hij is nog bezig met verdere tests, ik begreep dat ie dit jaar het CERN ter beschikking krijgt om zijn "wolkenvorming door kosmische straling"-theorie verder te testen.
Goed: je kunt dit soort zaken gewoon niet meenemen, als ze niet zeker genoeg zijn. Het is beter om aan te geven wat je wel weet en dat is dat er dus een restwaarde is die je nog niet aan iets kunt toekennen vind ik.
Die feedback van Svensmark ten opzicht waarvan is dat? Per W/m2 stralingsforcering?
Over de preciese invloed van wolken op de stralingsbalans en visa versa is nog weinig duidelijk. Hoge wolken zoals cirrus en cirrostratus hebben een verwarmend effect, lage wolken (vooral stratocumulus) hebben een verkoelend effect. Kosmische straling zou geen effect moeten hebben op sluierbewolking omdat daarvoor vrieskernen nodig zijn (zie ook mijn bijdrage over contrails).
voor stratocumulus zijn condensatiekernen nodig die ook door kosmische straling worden aangemaakt. In de zuivere hogedruklucht boven de oceanen, waaronder veel stratocumulus onstaat zou de bijdrage aan kosmisch aangemaakte nucleïden groot kunnen zijn.
Het lijkt me echter schier onmogelijk om het effect op het klimaat daarvan te kwantificeren. Hoe Svensmark daar een getal aan durft te koppelen is me ook een raadsel.
Verder bedankt voor de grafiek! Interessant staatje. Leuke van klimatologie is dat het nog constant in beweging is en er nog voldoende onzekerheden zijn om het interessant te houden.
Helemaal mee eens!
Zo blijft het interessant en nog reden voor hoop.
Victor
Quote selectie