[...]
Cees, kleine 'correctie': in het geval van NASA/GISS is de totale foutmarge (d.w.z. totaal van meetfout, onzekerheid door ruimtelijke interpolatie, etc.) van de berekende wereldgemiddelde temperatuur in 95% van de gevallen niet meer dan 0,05°C. Omdat deze fout in de honderdsten van graden zit, kan je ook de wereldgemiddelde temperatuur dus verantwoord in honderdsten uitdrukken. Een precisie van een honderdste graad is niet mogelijk met één instrument op 1 plek op 1 moment, maar wel gemiddeld over duizenden instrumenten, verspreid over een groot gebied en gemeten over een heel jaar. De fysische betekenis gaat daarbij niet verloren: temperatuur valt natuurlijk prima uit te drukken in honderdsten of zelfs duizendsten van graden, als je wilt.
Citaat uit publicatie van Hansen en Sato (2010, in press) over de vernieuwde GISS-analyse: ,,Table 1 shows the derived error. As expected, the error is larger at early dates when station coverage was poorer. Also the error is much larger when data are available only from meteorological stations, without ship or satellite measurements for ocean areas. In recent decades the 2-σ uncertainty (95 percent confidence of being within that range, thus ~2-3 percent chance of being outside that range in a specific direction) has been about 0.05°C. Incomplete coverage of stations is the primary cause of uncertainty in comparing nearby years, for which the effect of more systematic errors such as urban warming is small.
Additional sources of error, including urban effects, become important when comparing temperature anomalies separated by longer periods [Brohan et al., 2006; Folland et al., 2001; Smith and Reynolds, 2002]. Hansen et al. [2006] estimated the additional error, by factors other than incomplete spatial coverage, as being σ ≈ 0.1°C on time scales of several decades to a century, but that estimate is necessarily partly subjective. If that estimate is realistic, the total uncertainty in global mean temperature anomaly with land and ocean data included is similar to the error estimate in the first line of Table 1, i.e., the error due to limited spatial coverage when only meteorological stations are available. However, biases due to changing practices in ocean measurements may cause even greater uncertainty on a century time scale [Rayner et al., 2006].''
Tabel 1 is hieronder afgebeeld. De waarde rechtsonder, bij de land-ocean index over 1960-2008, geeft de totale foutmarge weer, die in 95% van de gevallen behaalt wordt.
Gr. Ben
Bedankt Ben.
Natuurlijk kan temperatuur in 2 of drie decimalen worden weergegeven. De vraag is steeds: is dat zinvol. Staat de meetmethode deze nauwkeurigheid toe of laten we de resultaten buikspreken.
Ik zal het toch zo moeten interpreteren, dat een gemiddelde temperatuur die is berekend nog de foutenmarge heeft van plus of min 0,05.
Dus 10,25 opgegeven ligt hoogst waarschijnlijk tussen 10,20 en 10,30. Dat geeft toch al aan dat een (gemeten en) berekende verandering van 0,01 niet significant is?
Een opgegeven waarde van 10,26 ligt tussen 10,21 en 10,31. Een kleine kans dus dat de werkelijke waarde hoger is dan in het geval van de opgegeven 10,25.
Bij een berekende fout van 0,05 zou het m.i. heel goed te verdedigen zijn om de berekende waarde op te geven in 1 decimaal, omdat bij het weergeven van temperatuur in hondersten gesuggereerd wordt, dat 0,01 verschuiving kan worden gedetecteerd.
Ik begrijp intussen wel dat de berekeningen tot 0,01 worden weergegeven. Een trend, hoewel in aanzet misschien dubieus, wordt eerder gezien. Intussen gaan we niet tot de derde decimaal, om eerder genoemde reden. Of wordt dat op de achtergrond wel bijgehouden?
groet,
Cees
Quote selectie