In totaal tot en met vandaag hebben we sinds het begin van de vorstperiode 16,9 koudepunten gehaald. Genoeg voor een vorstperiode dus, ware het niet dat het kwik dinsdag op 0,0 graden bleef hangen. Het was dus een dubbeltje op zijn kant.
De afgelopen periode heeft lokale sneeuw- en ijspret opgeleverd, al was dat laatste wel een dubbeltje op zijn kant. Op ondergespoten sintelbaantjes en ondergelopen weilandjes lukte dat het best, want het schaatsen op natuurijs was toch dikwijls een meer hachelijke onderneming, op krakende ijsvloertjes van ruim 3 tot 6 cm dikte. Toch konden er lokaal aardige schaatstochtjes worden gehouden.
In De Bilt was de vorst de afgelopen periode net niet sterk en aanhoudend genoeg om van een ‘echte’ vorstperiode te kunnen spreken. Hiervan is sprake als er in een aanhoudende periode van minimaal vijf dagen met een negatieve etmaalgemiddelde temperatuur, minstens 16 Hellmannpunten bijeen worden gesprokkeld. Die 16 punten geeft de grens aan waarbij er op redelijk wat plekken op natuurijs, zonder daarbij te risicovol bezig te zijn, geschaatst kan worden. Deze periode geeft aan dat dit eigenlijk nét niet lukte. Aan de duur lag het niet, want de reeks was in De Bilt een volle week lang, maar met in totaal 13,0 Hellmannpunten, kwamen we drie punten te kort… Wat het schaatsen betreft, wat het dus inderdaad kantje boord.
Misschien dat gedurfde schaatsers vrijdagochtend, na opnieuw twee nachten met lichte tot matige vorst, zeer lokaal nog een poging zullen wagen, maar daarna lijkt het toch over en uit te zijn. Misschien dat februari nog nieuwe winterperspectieven oplevert. Tot in maart kunnen daarbij nog verrassingen optreden, zo heeft het nabije verleden (2013!) geleerd. Die verrassingen zouden ervoor kunnen zorgen dat de winterliefhebbers eind maart, dan toch met een redelijk tevreden gevoel als ze terugkijken naar de winter van 2017, het winterboek kunnen sluiten.
Ik wil nog even reageren op het schrijven van Tom van der Spek van kort geleden.
Wat Tom betreft moet je een gedurfde schaatser zijn om vanochtend nog de ijzers onder te binden. Ik ben vanochtend even op het ijs, hier om de hoek geweest, maar het was deze vorstperiode nog niet zo dik en stevig, als vanochtend. Lichte tot matige vorst, vooruit, maar de ijsaangroei is minstens zo afhankelijk van de windchill en de temperatuur aan de grond. De laatste is weer sterk afhankelijk van de bewolking.
Daarom laat ik het kaartje zien van de grasminima vanmorgen. Niet eerder deze maand was het zo veilig schaatsen als vanmorgen. Wat verder in veel beschouwingen over schaatsen ook nog eens over het hoofd wordt gezien is de invloed van temperaturen boven nul. Ik merk dat die maxima standaard als dooi worden meegewogen, terwijl iedere meteoroloog toch zou moeten weten dat de maatstaf wat dat betreft de natte bol temperatuur is (zeg maar de verdampingstemperatuur).
Met pakweg tien dagen droge dooi kan je een prachtige ijsvloer opbouwen, mits je maar heldere vorstnachten daar tegenover zet. Meteorologie is meer dan de som van de maxima en minima in de winter. Veel mensen missen deze dagen de kans op een prachtige schaatservaring. De zwarte ijsvloeren van de plassen en meren in deze dagen zijn zo goed als leeg, daaraan dragen berichten vanuit de meteorologie als die van Tom van der Spek zeker toe bij.
Quote selectie