[...]
Het gaat mij in essentie om het volgende deel van het bericht:
'Misschien dat gedurfde schaatsers vrijdagochtend, na opnieuw twee nachten met lichte tot matige vorst, zeer lokaal nog een poging zullen wagen, maar daarna lijkt het toch over en uit te zijn.'
De suggestie wordt gewekt dat het vanmorgen slechter is dan eerder in de periode. Vanochtend is juist het meest betrouwbare moment om te gaan schaatsen.
Los hiervan is het zo dat in 90% van de periodes waarin je kunt schaatsen in Nederland het ergens wel onbetrouwbaar is, om je op het ijs te begeven. Stromend water, bruggetjes, sneeuw op het ijs, windwakken et cetera. Als we naar die maatstaf de schaatskans gaan bepalen, blijft er van Nederland weinig over, als schaatsland.
In algemene zin heb je gelijk. Maar er zijn de laatste 15 jaar heel wat perioden geweest waarin het wel volop kon. Dat je moet weten, of zien, waar de zwakke plekken zitten spreekt vanzelf. Uitzonderingen van krachtige koudegolven waren er wel, zoals in 1997. Dat is de 10% gevallen waarin het overal betrouwbaar is.
Deze periode met zo zwakke vorst en verschillen per regio was gecompliceerd wat ijsvorming betreft. Ik kan me in mijn herinnering, en die gaat knap ver terug, nauwelijks een dergelijk periode herinneren. Misschien januari 2001?
De meest dagen hadden we dooi in de middag waardoor het gemiddelde te hoog bleef. Daardoor ging de ijsvorming langzaam en bovendien waren zwakke plaatsen of gebieden zwakker dan anders.
Dat is hier ook al eerder genoemd.
Overigens vindt ik die opmerking over gedurfd geen suggestie inhouden. Het is gewoon te algemeen. Ik had gisteren echter wel touw en ijspriem bij me.
Groet,
Cees
Quote selectie