In totaal tot en met vandaag hebben we sinds het begin van de vorstperiode 16,9 koudepunten gehaald. Genoeg voor een vorstperiode dus, ware het niet dat het kwik dinsdag op 0,0 graden bleef hangen. Het was dus een dubbeltje op zijn kant.
[...]
Ik wil nog even reageren op het schrijven van Tom van der Spek van kort geleden.
Wat Tom betreft moet je een gedurfde schaatser zijn om vanochtend nog de ijzers onder te binden. Ik ben vanochtend even op het ijs, hier om de hoek geweest, maar het was deze vorstperiode nog niet zo dik en stevig, als vanochtend. Lichte tot matige vorst, vooruit, maar de ijsaangroei is minstens zo afhankelijk van de windchill en de temperatuur aan de grond. De laatste is weer sterk afhankelijk van de bewolking.
Daarom laat ik het kaartje zien van de grasminima vanmorgen. Niet eerder deze maand was het zo veilig schaatsen als vanmorgen. Wat verder in veel beschouwingen over schaatsen ook nog eens over het hoofd wordt gezien is de invloed van temperaturen boven nul. Ik merk dat die maxima standaard als dooi worden meegewogen, terwijl iedere meteoroloog toch zou moeten weten dat de maatstaf wat dat betreft de natte bol temperatuur is (zeg maar de verdampingstemperatuur).
Met pakweg tien dagen droge dooi kan je een prachtige ijsvloer opbouwen, mits je maar heldere vorstnachten daar tegenover zet. Meteorologie is meer dan de som van de maxima en minima in de winter. Veel mensen missen deze dagen de kans op een prachtige schaatservaring. De zwarte ijsvloeren van de plassen en meren in deze dagen zijn zo goed als leeg, daaraan dragen berichten vanuit de meteorologie als die van Tom van der Spek zeker toe bij.
Bedenk dat het om energiestromen gaat en niet simpel om temperaturen.
1 grasminima doen niet of nauwelijks terzake. Grasminima bevinden zich boven land en niet boven ijs. Vanaf het ijs wordt meer warmte aangevoerd dan van gras of sneeuw oppervlakte. En die warmte moet door straling en convectei/geleiding worden afgevoerd. Dat betekent dat die lage grasminima niet gelden boven ijs. En als er nu een beetje wind is? Die extra koude luchtlaag boven gras kan dan enig effect hebben. Die laag is echter dun, en ik kan niet berekenen hoeveel dat aan extra warmte-afvoer oplevert. Lijkt me niet zo veel. Bij veel wind zijn de grasminima nauwelijks lager dan op 1,5 meter.
Ik ben daarom tegen het publiceren van grasminima in verband met ijsvorming. Vanwege bovenstaande en vanwege de verwarring.
Bovendien: bij ijsvorming telt vooral de koudesom, die we uitdrukken in Tg als relatieve maat hier voor.
2. Windchill? Hoe moeten we dat zien? Er is geen sprake van dat windchilltabellen van enig belang zijn; die hebben betrekking op het menselijk lichaam.
Bij ijs moet je ook weer kijken naar warmtestroom. Bij windstil weer kan het ijs, zeker als het nog dun is, zijn warmte niet zo goed kwijt .
Een beetje wind kan dan verschil maken. Is het ijs dikker, dan is het ijsoppervak kouder en dan maakt meer of minder wind minder uit.
Te veel wind geeft weer andere problemen. Wakken bijvoorbeeld.
Wat betreft die dooi heb je natuurlijk gelijk; iedere meteoroloog weet dat. Maandag en dinsdag hadden we natte dooi en die telt wel degelijk veel zwaarder dan de droge dooi van zondag.
Groet
Cees
Quote selectie