[...]
En dat er weinig geschaatst kon worden heeft op vele plaatsen gewoon met het sneeuwdek te maken gehad.
Dat klopt, maar het moet ook wel voldoende vriezen.
Ik volg de situatie nauwgezet. Dat er hier weinig ijs heeft gelegen heeft in eerste instantie met de vorst te maken. Na 1 januari is hier helemaal niet zo veel sneeuw gevallen. Het lukte gewoon pas laat door tegenvallende vorst.
Natuurlijk weet ik ook dat de sneeuw een zeer verstorende factor is geweest. Maar het moet wel vriezen en dat zien we nu precies terug in het Hellmanngetal. In Rotterdam klom dat langzaam op tot ongeveer 22 aan het eind van de tweede vorstperiode. Er lag op veel plaatsen geen ijs meer op 31 december en op 1 januari begon de ijsvorming. Op 8 januari stond er 16,3 en dat blijkt praktisch genoeg om het ijs op te gaan. Op 13 januari beleef de teller op 22,2 staan.
Dat is op zich al een heel magere waarde voor een vorstperiode.
De sneeuw heeft dat beeld verstoord, waardoor er inderdaad weinig te schaatsen viel. (westen van Zuid Holland)
Overigens heeft mijn schaatsclubje toch een week kunnen schaatsen, maar daarvoor moest aanvankelijk worden uitgeweken naar andere schaatsgebieden.
Het Hellmanngetal (een duidelijk maat voor de vorst in een periode) is een eerste voorwaarde voor ijsaangroei. Verstorende factoren zijn er vaak en dit jaar wel erg nadrukkelijk in de vorm van sneeuw
Groet,
Cees
Quote selectie