[...]
Zie ook mijn andere post. Bij smelten, dat aan de buitenkant gebeurt door geleiding en convectie, kan alleen de buitenkant smelten. Dit wordt veroorzaakt doordat de temperatuur aan het oppervlak 0 graden blijft en in het ijs ook; er is dus geen warmtestroom naar binnen.
Het moet dus de straling zijn die het losalten/smelten binnenin veroorzaakt.
Het is in mijn optiek een omkering van hetzelfde effect van besproeien van fruitbomen bij nachtvorst: de vrieskou kan niet naar binnen door het ijslaagje op de bloesem; de buitenkant heeft namelijk een temperatuur van 0 graden. Warmte uit de bloesem kan dus niet afgevoerd worden als de temperatuur van 0 graden bereikt is en de bloesem bevriest dus niet.
(Wat de straling hier doet is geen punt in de discussie, misschien helpt die mee of tegen; het gaat om het effect door het 0-graden niveau)
Groet,
Cees
Dit zijn interessante gedachten, ook over het effect van de straling, maar het is niet zo dat dit het enige werkzame proces zou zijn. Wat je zegt is niet helemaal juist, want de opwarming wordt niet bepaald door de warmtestroom, maar door de divergentie ervan (het kleiner of groter worden in de bewegingsrichting). Dus kan er wel degelijk een warmtestroom zijn naar de onderkant van het ijs. Bovendien zal het ijs eerst opwarmen van onder nul naar vrijwel nul graden. Die kleine opwarming zou ook wel eens een deel van de verklaring kunnen geven.
Quote selectie