Ongelukkig geformuleerd lijkt me, want ze hebben natuurlijk wel -direct- invloed (heb je zelf meerdere malen aangetoond). De metingen en implicaties voor de theorieën moet ik nog in detail doornemen, wel hoe dan ook een pluim voor de zijdelingse uitleg in dit verhaal! Hoofdstuk twee van het IPCC AR4 over veranderende concentraties broeikasgassen en stralingsforcering is ook zeer relevant trouwens.
Gr. Ben
Hoi Ben,
Dank voor je reactie.
Eigenlijk sluit dit verslag aan op een discussie die we eerder hebben gevoerd. Die bevond zich meer op het fylosofische vlak van de fundementen onder de wetenschap. Wanneer de waarnemingen hypotheses niet bevestigen kun je de data onder de loep nemen en waar mogelijk corrigeren of wachten op een langere en betere meetreeks. Je kunt ook de hypothese wijzigen zodat die wel strookt met de metingen. Hierbij probeer je het waargenomene te verklaren. Deze uitgebreide bijdrage is een poging daartoe.
Indien achteraf blijkt dat de metingen incorrect zijn en wel de oorspronkelijke hypothese onderbouwen kun je de 'nieuwe theorie' weer overboord kieperen. Stel dat nieuwe, goed gecalibreerde satellietdata blijven volhouden dat de verstoring van de stralingsbalans op de input zit dan gaan veel klimatologen zich achter de oren krabben.
In een heldere atmosfeer wordt de IR-straling meer en meer geabsorbeerd door broeikasgassen. Dat is met satellietmetingen in specifieke absorbtie banden ook aangetoond. Maar wolken absorberen ook infrarode straling en die schijnen in bedekking te zijn afgenomen en maskeren daarmee het broeikaseffect. Het netto effect op de totale IR-straling is daardoor erg onzeker en kan zelfs negatief zijn. Dit wordt gecompenseerd door extra instraling van de zon wat uiteindelijk een positief saldo geeft. De boekhouder heeft een kasverschil geconstateerd op de inkomsten maar niet op de uitgaven zoals verwacht. Het saldo blijft echter positief en de aarde warmt op.
Indien dit gerelateerd is aan de concentraties broeikasgassen, wat theoretisch mogelijk is, krijgt het begrip 'broeikaseffect' een andere betekenis en de zal gerelateerde stralingsforcering moeten worden herzien. Het vertoont sterke parallellen met het 'cloud albedo indirect effect' van aërosolen. Het concept 'forcing' refereert aan een planeet die niet van temperatuur veranderd én met een gelijke atmosferische compostie (wolkenbedenking, waterdamp). Wanneer een climatedriver ook de compositie verandert moeten de gevolgen daarvan op de stralingsbalans dan als forcing of feedback worden gezien?
Laten we het het GHGCIE noemen (greenhousegas cloud indirect effect).
De relevante informatie is te vinden in 3.4.3.1 (p 275) waar een studie van Norris, 2005a over grondwaarnemingen van wolken wordt besproken. "...decadel variability en decreasing trends in upper-level cloudcover over mid- and low-latitude oceans since 1952'. In 3.4.3.2 (p 276) hebben satellieten, die de basis vormen voor de ISCCP (wolkenatlas), een afname van wolken gemeten tussen 1987 en 2001 tussen 40°Z en 40°N (Rossow en Duenas, 2004) bevestigd door Minnis et al (2004). Maar er bestaat geen consensus over de afname van wolkenbedekking vanwege de nodige onzekerheden in de metingen.
Echter, in 3.4.4.1 wordt de stralingsbalans besproken (p 277) waarin men vermeld dat de ERBS een toename in OLR en toename van gereflecteerd zonlicht heeft gemeten. Deze metingen stemmen overeen met berekeningen op basis van ISSCP gegevens. Verder zijn de metingen consistent met verandering in warmte inhoud van de oceanen (Wong et al 2006, Willis et al 2004).
Verder staan er in de volgende paragrafen 3.5 en 3.6 nog interessante aanwijzingen over de rol van tropische en subtropische oceanen binnen het warmte transport over aarde.
Hoewel er de nodige onzekerheden in de waarnemingen zit is er wel een duidelijke lijn in te ontdekken.
groeten Victor
Quote selectie