De dikte van de menglaag mag je aannemen is tussen 25 en 200 meter (zie hier), als prik kan je 50 meter nemen. Maar die diepte van Spencer verklaart veel: er wordt wel een beetje warmte op zulke diepten opgeslagen (in bepaalde delen van de oceanen) op een tijdschal van eeuwen, maar om aan te nemen dat alle verstoringen in de stralingsbalans gelijk over een diepte van 800 m worden uitgemengd is volstrekt onrealistisch. Eén van de redenen waarom je zulke grote amplitudes en grote jaar-op-jaarvariaties hebt in de PDO is omdat de menglaag relatief ondiep is.
Gr. Ben
50 m is veel te weinig. Misschien als je rekent over een periode van maanden en enkele jaren (in de tropen). De warmere menglaag die op de koude diepzee drijft is 300-500 m dik en in de polaire gyres tot aan de bodem. Dan praat je over kilometers. Voor een klimaatmodel van het type dat Spencer gebruikt kun je best een laag van 200-300 m diep gebruiken. De vertikale menging van oceaanwater, wat ook nog weer een keer afhangt van dichtheidsverschillen, geeft grote onzekerheid in modelprestaties. Ik zou zelfs ENSO en PDO als een uiting van menglaag variaties willen zien.
Victor
Quote selectie