Vraag 1: het meten van een x-aantal uren zonneschijn op een dag dat het van zonsopkomst tot - ondergang helemaal bewolkt is.
Bewolkt... wat voor bewolking? Cirrus? Stratocumulus? Dat maakt nogal uit. Voor jou een vergelijking tussen de relatieve zonneschijnduur bij veel bewolking (7/8ste gemiddeld over de dag of meer) tussen 1981 en 1989 en 1990 en 1999:
1981-1989: 6%
1990-1999: 7%
De oude methode, Cambell-Stokes, leverde dus óók bij veel bewolking vaak nog een beetje zonneschijnduur op en niet noemenswaardig minder dan de nieuwe methode.
Vraag 2: zonneschijnduur die binnen een decade met 25% toeneemt???
Niet onrealistisch. In andere delen van Europa zijn vergelijkbare resultaten te zien, zoals in Frankrijk en Duitsland. Dat is vooral een gevolg van minder stof en roet in de lucht, daardoor ontstaat ook minder mist, lage bewolking en heiigheid. Die deeltjes zorgen verder nog voor verstrooiing van zonlicht. De berichten over de afname van het aantal mistdagen ken je wel, die tendens loopt ook mooi in de pas met de toename in zonuren.
Drie jaar proefdraaien met een nieuwe methode is voldoende om er op over te schakelen?????
Hoeveel jaar wilde je wachten? Vijf? Tien? Twintig? Het moet ook een keertje geïmplementeerd worden hè. Ik had je wijzer ingeschat

.
Gr. Ben
Quote selectie