Je kunt het ook oneens zijn met deze definitie en dat is de rode draad in deze discussie.
Er mankeert Johan niets aan de ogen alleen hij hanteert een andere definitie van zonneschijn. In dit geval dezelfde defenitie die ik ook hanteer in mijn dagelijkse waarnemingen net als mijn buurvrouw.
Tot in hoeverre heeft het WMO weeramateurs en waarnemers raad gepleegd tot het komen tot deze afspraak? Ik vrees van niet.
Ik kan me voorstellen dat amateurwaarnemers hier nogal gefrustreerd van raken. Die hebben niet de mogelijkheid de defenitie van 120 W/m2 te hanteren.
Jarenlange waarnemingen zijn ineens waardeloos geworden. Verder is deze definitie niet bekend bij het grote publiek. Bij hen schijnt de zon pas wanneer slagschaduwen zichtbaar worden of de zon in ieder geval is te zien. Je kunt je dan afvragen of het zinvol is of het KNMI de dagelijkse zonneschijnduur te presenteren.
Goed, voor het gemiddelde zullen de beide methoden weinig verschil maken maar voor statistieken zoals het aantal zonloze dagen wel. Het verleden vergelijken met het heden is hetzelfde als het vergelijken van appels en peren.
Tot slot nog 1 vraagje:
Geldt die 120 W/m uitsluitend voor kortgolvige straling?
groeten Victor
Quote selectie