Discussies over de opwarming van het klimaat blijven. De vraag is: waar kan je als leek over discussiëren? Om te begrijpen wat er precies in het klimaatonderzoek gebeurt, moet je een behoorlijke dosis algemene fysische en meteorologische kennis hebben en bovendien specifieke klimatologische kennis, die up to date is.
Op dit forum wordt door enkele mensen gesteld dat de antropogene opwarming, die vermoedelijk leidt tot aanzienlijke globale temperatuurstijging, niet bestaat. Je zou zeggen: voor zo’n uitspraak moet je in de materie thuis zijn. Is dat het geval? Die vraag laat ik open. Feit is, dat ik een paar maal indringende vragen heb gesteld, oa aan Jurgen, Arjan en Wout, over hun opmerkingen aangaande de opwarming. (Die, zoals gezegd, volgens hen niet zou bestaan of niet door de mens zou worden veroorzaakt). Op geen van die vragen kreeg ik antwoord. Wil men niet van gedachten wisselen?
Mijn punt is eenvoudig: al jaren hoor ik dat onder klimatologen een steeds grotere overeenstemming komt over de theorie dat door de mens geproduceerde broeikasgassen een geleidelijke, doch op historische schaal gezien buitengewoon grote, opwarming veroorzaken. Af en toe lees ik daarover op dit forum of in een rapport van het KNMI. Ik begrijp op basis van mijn vroegere studie natuurkunde en scheikunde, en enige zelfstudie in de algemene meteorologie, zo ongeveer hoe klimatologen te werk gaan en wat er met de atmosfeer in dit opzicht aan de hand is.
Wie ben ik om te ontkennen wat de wetenschap, eerst aarzelend, maar de laatste 10 jaar steeds duidelijker ons te vertellen heeft? Met de nodige onzekerheden die telkens zo goed mogelijk in numerieke grenzen wordt aangegeven.
Ik voel al een tegenwerping: zou ik blind geloven in de klimaatwetenschap? Dat gevaar bestaat natuurlijk in een verhit debat: je gaat geloven in je eigen plaatsbepaling en neemt moeilijk nog kritiek aan. Toch denk ik dat dit de wereld op zijn kop is. Het thema opwarming speelt al 20 jaar! Aan de hand van metingen is ooit de “klimaatsprong” gesuggereerd, omdat Nederland na 1988 vrij snel is opgewarmd. Koude winters werden zeldzaam (om van strenge maar te zwijgen) en de zomers werden warmer. Lezend over dit onderwerp was ik lange tijd niet overtuigd, dat dit zijn oorzaak vond in uitstoot van broeikasgassen. De stroom van informatie over opwarmingstendensen en de resultaten van het klimaatonderzoek deden mij een jaar of acht geleden overstag gaan. (Tussen haakjes: het CO
2-verhaal, namelijk de toename en mogelijk invloed op de temperatuur, ken ik al zo’n slordige 45 jaar; in de wetenschap is het al meer dan 100 jaar bekend).
Ik ben bang dat het omgekeerde het geval is: nu de klimaatwetenschap de “common sense” bij het publiek ondersteboven haalt, is de reactie bij sommigen: dat kan niet, wij geloven dat dit niet kan. Zoals ook Galilei veel tegenwerking kreeg met zijn revolutionaire wetenschappelijke opvattingen over zwaartekracht en de hemellichamen.
Terug naar de discussie van dit moment. De tegenwerpingen tegen de atropogene opwarming komen oa uit de hoek van een paar astrofysici. Daarvan kan nog gezegd worden, dat zij in de hoek van de natuurwetenschap zitten. Weer en klimaat is echter niet hun specialisme, hoewel duidelijk is dat het klimaat ook onderhevig is aan factoren van astrofysische aard, zoals de stand van de aardas en de activiteit van de zon. Ik neem kennis van deze tegenwerpingen maar voel in de tegenstelling tussen de klimatologie en een enkele astrofysicus een ongelijke verhouding.
Het enige wat ik als antwoord kreeg op al mijn vragen, was een fragment uit “De staat van het klimaatonderzoek 2008” door Arthur Rörsch, Dick Thoenes, Hans Labohm November 2008. Dit zou het ongelijk van de klimatologie aantonen. Ik besloot aan de slag te gaan en dit stuk grondig te lezen; niet omdat dit deskundigen zijn (geen van hen is klimatoloog, zo heb ik begrepen), maar omdat dit kennelijk de discussie zou kunnen bepalen. Bovendien leek het mij wel goed om mij eens grondiger in de materie te verdiepen en er over na te denken.
Het genoemde rapport is op een bepaalde manier knap geschreven. Het wekt de indruk dat het goed is opgezet en met (enige) kennis van zaken is geschreven. Is dat zo? Voor de tekst: zie de link
http://www.platteland-in-perspectief.nl/afbeeldingen/pdf/Staat%20van%20het%20klimaatonderzoek%202008.pdf
Ik begin met de eerste pagina:
Daar staat het volgende:
Gedurende de laatste 10 jaar warmt de aarde niet meer op - dit in tegenstelling tot de klimaatprojecties van het gezaghebbende VN-orgaan: het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). De belangrijkste oorzaak is dat deze projecties zijn ge- baseerd op computermodellen, waarin een prominente plaats is gegeven aan de hy- pothese dat de waargenomen stijging van de CO2-concentratie in de atmosfeer het aardse broeikaseffect substantieel zou kunnen beïnvloeden. Nu opwarming uitblijft, rijst in het bijzonder twijfel aan het feit of in deze modellen de onderscheidene natuurlijke en wisselvallige factoren die het klimaat beïnvloeden, op de juiste waarde zijn geschat.
1. Of de aarde de laatste 10 jaar niet meer opwarmt, kan ik ik niet precies beoordelen. Wel verneem ik op zijn minst een afremming van de opwarming.
2. Gesuggereerd wordt, dat de projecties van de modellen niet overeenkomen met de werkelijkheid; dat moet dus in de rest van het stuk aangetoond worden. We zullen zien
3. Ongehoord is de bewering dat de genoemde hypothese een “prominente plaats” is gegeven in de computermodellen. Eerste reactie: dit is onmogelijk! De computermodellen moeten als resultaat de hypothese bevestigen, of juist niet bevestigen. De schrijvers zijn niet op de hoogte van het feit, dat de computermodellen gebaseerd zijn fysische wetten. Bepaalde effecten, bijvoorbeeld stralingsabsorptie door CO
2, worden al of niet in het model verwerkt. Niet de hypothese dat dit een gevolg zou hebben voor de temperatuur. Bevestiging van de hypothese wordt verkregen uit de resultaten van de modelberekeningen. Hier staat dus onzin in dit rapport: het is de zaak op zijn kop gezet. Moeten we verder lezen? Misschien toch wel, want men kan iets anders bedoeld hebben en dit door onkunde of anderszins ongelukkig hebben uitgedrukt. Bijvoorbeeld zou men kunnen bedoelen: de invloed van de CO
2-concentratie in de atmosfeer is op onjuiste manier in de modellen verwerkt.; maar dan komen we in een fundamentele discussie over de fysica van de atmosfeer. Of er is bedoeld: klimatologen hebben verzuimd belangrijke effecten in de modellen te implementeren, waardoor de resultaten onbetrouwbaar zijn. Aangetoond moet dan nog worden of onterecht niet betrekken van deze effecten de resultaten van het huidige onderzoek onbetrouwbaar maakt.
4. “Nu de opwarming uitblijft”; is wel een erg krasse uitspraak, die voorlopig niet wordt beargumenteerd. Er is wel degelijk opwarming gemeten. De vraag of onderscheidene natuurlijke en wisselvallige factoren die het klimaat beïnvloeden op waarde zijn geschat, staat in zekere zin nog open. Toch is deze vraag suggestief: we schatten geen invloeden, maar berekenen die. Kloppen de berekeningen niet? Zijn de natuurwetten achterhaald of verkeerd toegepast? Vragen die niet beantwoord worden in dit vage taalgebruik. Mijn gedachte is dan ook: eerder suggestief dan wetenschappelijk.
5. Er staat een grafiek op de eerste pagina. Deze grafiek betreft temperaturen en CO
2-concentratie in de afgelopen 10 jaar. Hoe kun je iets zinnigs zeggen over het klimaat met een grafiek over 10 jaar? Bij mij roept zo’n grafiek vragen op en toont niets aan. Bovendien ontbreekt elk commentaar of verklaring bij de grafiek. Mijn conclusie: onwetenschappelijk, onbenullig en suggestief.
6. Er staat: “Gedurende de laatste jaren is ook in het wetenschappelijk onderzoek op generlei wijze een bevestiging gevonden voor de door het IPCC verkondigde AGW-hypo- these. (AGW staat voor ‘anthropogenic global warming’: de door de menselijke acti- viteit veroorzaakte temperatuurstijging, die zou ontstaan door de intensivering van het gebruik van fossiele brandstof, waarbij CO2 vrijkomt.) Een enkel onderzoek, aan de hand van waarnemingen, wijst er zelfs op dat de AGW-hypothese niet langer houdbaar is en dus dient te worden verworpen.” Is er echt op generlei wijze bevestiging gevonden? Waar komt deze uitspraak vandaan? Die bevestiging is er al lang, zo verneem ik uit de wereld der klimatologie. Moeten we echt aannemen, dat op basis van een
enkel onderzoek de hypothese niet houdbaar is? Dan zal verderop toch moeten worden aangetoond hoe dit onderzoek zich verhoudt tot andere onderzoeken en berekeningen en waarom juist dat enkele onderzoek van zo eminent belang is in deze kwestie. We zullen zien.
Zo tref ik op de eerste pagina al onduidelijkheid, onwetenschappelijke benadering, verwarring. Moet ik nog doorgaan? Ik zal het zeker doen. In ieder geval met de door mij opgeworpen vragen in punt 2, 3, 4 en 6.
Vraag aan de deskundigen n.a.v. punt 6.
Op welke wijze zijn de klimaatmodellen getoetst middels berekeningen aan perioden in het nabije verleden? Wat zijn precies de resultaten van deze toetsing? Is er ook een toetsing mogelijk aan de hand van pre-instrumentele perioden?
(Misschien is dat al eerder langs gekomen; link desnoods naar het archief)
Wordt vervolgd,
Groet,
Cees
Quote selectie