De relevante vragen zijn: hoe groot is de kans dat je uit de bekende meetreeks één of meerdere van dergelijke ,,cycli'' vindt? Levensgroot, we vinden er velen. Dit betekent automatisch dat de kans dat één van die cycli werkelijk iets voorstelt, een stuk kleiner wordt. Dat klopt ook, geen van de cycli kan van toeval uitgesloten worden. Door willekeurig pikken krijg je een cyclus die minstens zo goed scoort. Het is dus zo dat deze reeks dusdanig opgebouwd is (met waarden) dat er dergelijke schijncycli in te ontdekken zijn.
Je kan het lopend gemiddelde van de reeks aftrekken om de opwarming eruit te filteren. Hanteer dan bijvoorbeeld een temperatuurgrens die gekoppeld is aan een herhalingstijd van 25 of 50 jaar als koude winter. Bekijk dan nog eens of je een cyclus krijgt. Nog een probleem: onzekerheid in de meetreeks vóór 1900 en zeker vóór 1800. Het hanteren van absolute grenzen is dan discutabel, zeker in een niet-gedetrende reeks.
Gr. Ben
Quote selectie