Ik behandel eerst een aantal van de vragen die langs zijn gekomen op de gepresenteerde link, daarna nog een aantal meer veel-voorkomende vragen/beweringen. Later volgt nog een tweede deel met weerleggingen/antwoorden op de tweede helft van de vragen van de gepresenteerde link, het wordt anders teveel voor één posting. De bronvermeldingen staan in superscript, appendix A is de bronlijst en appendix B de figurenlijst.
Gr. Ben
“Earth's 4.5 billion year history is one long story of climate change. There were several periods in history, notably the Medieval Warm Period and the Holocene Maximum, which were much warmer than today. In the 17th century, Europe experienced the Little Ice Age, where temperatures were so consistently chilly that ice skaters revelled on the completely frozen London Thames.”
De betrouwbare, mondiale, instrumentele reeks gaat 145 jaar terug. Dit is een simpel feit waar we nu eenmaal mee zitten. Het jaar 2005 was de warmste in die periode, dus de juiste karakterisatie zou zijn dat 2005 het warmste jaar was ‘in tenminste 145 jaar’. Maar er is nog een directe waarneemreeks die ons dingen kan vertellen over de temperatuur in de afgelopen 500 jaar, en dat zijn bodemsedimenten verkregen uit boorgatmetingen. Kort gezegd komt het erop neer dat men een groot gat boort en op diverse diepten de temperatuur ‘meet’ (feitelijk wordt dit afgeleid aan de hand van de afzet van bijv. pollen om iets te noemen). Dit verschaft ons informatie over temperatuurtrends op een tijdschaal van eeuwen, dankzij het feit dat warmere en koudere ‘pulsen’ van oppervlakteveranderingen doorwerken in de aardbodem. Deze manier van oppervlaktetemperaturen meten filtert de kortschalige of jaarlijkse fluctuaties uit, zodat we weinig kunnen zeggen over individuele jaren.
Op basis hiervan kunnen we met grote zekerheid, dat wil zeggen met zo’n 75 tot 90% zekerheid, concluderen dat het nu warmer is dan enig moment in de afgelopen 500 jaar. Het is ook mogelijk om reconstructies te maken van de temperatuur van nog verder terug in de tijd, met behulp van zogenaamde ‘proxies’. Dit zijn zaken als boomringen, oceaansedimenten, koraalgroei, lagen in stalagmieten en anderen. De reconstructies die beschikbaar zijn allemaal iets verschillend van elkaar en leveren soms meer en soms minder mondiale versus regionale dekking over de afgelopen duizend tot tweeduizend jaar, maar “zij laten allen vergelijkbare patronen van temperatuurverandering zien over de afgelopen eeuwen. Het meest in het oog springende feit is dat elke reeks laat zien dat de twintigste eeuw de warmste is van de hele reeks, en dat opwarming het meest dramatische was na 1920.”
18 Het is dus redelijkerwijs wel aan te nemen dat het momenteel in ieder geval warmer is dan gedurende de afgelopen duizend jaar.
De enige kandidaat voor een warmere temperatuurperiode dan nu is, als we teruggaan in het gehele Holoceen (12.000 jaar terug – nu), het zogenaamde Holocene klimaatoptimum ruwweg 6.000 jaar geleden. Het is niet precies bekend hoe hoog de temperaturen toen waren maar lang werd gedacht dat het toen ruwweg even warm was als nu. Recentelijk is echter meer en meer bewijsmateriaal gekomen dat de relatieve warmte van toen wellicht beperkt is gebleven tot het noordelijk halfrond en ook nog eens enkel in de wintermaanden
19. Het is dus niet zo raar als men min of meer gelooft dat het nu warmer is dan gedurende de afgelopen 12.000 jaar.
Nog voor het laatste interglaciaal was onze planeet in de greep van een veel koudere glaciale periode met ijsgletsjers die zich uitstrekten tot ver in het continentale Verenigde Staten en dat eindigde slechts 10.000 jaar geleden. Deze reeksen van 450.000 jaar
20, zie figuur 3, kunnen worden onttrokken uit ijskernen afkomstig van Antarctica en Groenland en zij tonen duidelijk glaciale-interglaciale overgangen met perioden van circa 100.000 jaar. We kunnen dus stellen dat als onze vernieuwde kennis over het Holoceen juist is, het nu warmer is dan gedurende de afgelopen 100.000 jaar. Dat is iets meer dan 100 jaar, het is de gehele geschiedenis van ons soort.
“From the 1940's until the 1980's, the Earth experienced a significant cooling period, despite the fact that industrial production and release of CO2 vastly accelerated during this time. This led to political and media scaremongering about global cooling, the threat that the earth was in the midst of a new ice age. The documentary featured telling clips from alarmist documentaries at the time that implored us to try and reverse the trend of worldwide temparature decrease or face meterological apocalypse.”
Er is niemand die de theorie van antropogene mondiale opwarming aanhangt, die beweert dat CO
2 de enige factor in het oceaan-atmosfeer klimaatsysteem is. Het is een complex geheel, werkend op diverse tijdschalen en onderhevig aan talrijke forceringen en terugkoppelingen. De theorie stelt enkel dat antropogene effecten de primaire (en dus niet de enige) oorzaak zijn van de huidige opwarmende trend over de afgelopen 100 jaar. Als je naar de temperatuurreeks kijkt van de jaren ’90, dan zie je dat er flinke dippen zijn in de jaren ’92, ’93 en ’94. Dit is het gevolg van een enorme uitstoot van SO
2 in de stratosfeer door de uitbarsting van de vulkaan Mt. Pinatubo. Dit betekent niet dat CO
2 even op vakantie was, het betekent enkel dat het eventjes overschaduwd werd door een andere, tegenwerkende forcering.
De situatie is vergelijkbaar met de afkoeling die is waargenomen in de jaren ’40 en ’50. In deze periode werd de opwarming door CO
2 (toen nog een veel kleinere forcering dan nu) tijdelijk overschaduw door een toename in menselijke aërosolvervuiling. Regelgeving op het gebied van vervuiling en verbeterde technologie waren verantwoordelijk voor een afname van dit type uitstoot en zodra de lucht opklaarde, kwam het CO
2 signaal weer naar boven en nam het stokje over. Dit tegenwerkende effect wordt ook wel ‘global dimming’
24,25,26 genoemd en is reden voor een extra zorg, namelijk dat naar mate de vervuiling verantwoordelijk voor deze compensatie afneemt, we mogelijk nog meer het effect van het versterkte broeikaseffect zullen gaan merken.
“Antarctic ice core samples show that the rise in carbon dioxide levels lags behind temperature rise by 800 years, therefore cannot be the cause of it. The documentary exposes how Al Gore, in his film Inconvenient Truth, deliberately reverses these figures to claim CO2 causes temperature change, when in fact the opposite is the case.”
Nauwkeurige bestudering van de precieze gegevens over de afgelopen 450.000 jaar van koolstofdioxide en methaan, verkregen uit ijskernen afkomstig van Antarctica en Groenland, onthult inderdaad dat de temperatuur in nauwe correlatie
20 loopt met de concentraties CO
2 en CH
4. Maar het is onjuist om te stellen dat eerst de temperatuur steeg en circa 800 jaar daarna pas de concentratie koolstofdioxide. Deze opwarmingsperioden duurden tussen de 5.000 en 10.000 jaar (de afkoelingen circa 100.000 jaar) dus gedurende een meerderheid van de tijd (~90%) stegen temperatuur en concentratie koolstofdioxide simultaan
29. Dit betekent dat dit wonderlijke archief van klimaatkundig bewijs toelaat dat CO
2 als oorzaak fungeert maar tevens onthult dat het ook een effect (gevolg) kan zijn.
Onze huidige kennis van deze cycli is dat veranderingen in de orbitale eigenschappen (Milankovich
27 en andere cycli
28) verantwoordelijk waren voor grotere hoeveelheden zonneschijn in de zomer op het noordelijk halfrond. Dit is maar een kleine forcering, maar het zorgde voor de terugtrekking van landijs in het noorden met als gevolg een verandering in het albedo en zodoende een opwarmend terugkoppelingseffect bewerkstelligend. Circa 800 jaar nadat dit proces gestart is, beginnen de concentraties koolstofdioxide te stijgen en ook dit amplificeerde de opwarmende trend nog verder als een extra terugkoppelingsmechanisme.
Koolstofdioxide is dus niet de oorzaak van de opwarmingen, maar draagt hieraan bij en volgens de klimaattheorie en modelexperimenten is de forcering als gevolg van het versterkte c.q. verzwakte broeikaseffect de belangrijkste factor in de ultieme verandering. Eén ding dat dit zegt voor de toekomst is dat het zeer goed mogelijk is dat we nog meer uitstoot van natuurlijke CO
2 zullen zien, waarbij we vooral moeten kijken naar de vrijkomst van koolstofdioxide uit de opwarmende oceanen, koolstof uit de opwarmende bodem en methaan vanonder de smeltende permafrost.
“If the Earth was laboring under an accelerated greenhouse effect caused by human produced CO2, the troposphere (the layer of the earth's atmosphere roughly 10-15km above us) should heat up faster than the surface of the planet, but data collected from satellites and weather balloons doesn't support this fundamental presumption.”
Het was al enige tijd dat satellietanalyses een afkoeling lieten zien, enige tijd geleden echter werden belangrijke calibratiefouten ontdekt
31 in de analyses en na correctie blijken de gegevens wel degelijk opwarming te vertonen
30. De fouten werden onder andere veroorzaakt doordat bleek dat de satellietwaarnemingen vooral de temperatuur in de bovenste helft van de troposfeer hadden opgepikt, waar ook conform de modellen de opwarming veel geringer zou zijn dan onderin de troposfeer. De verwachtingen van klimaatmodellen werden hiermee, na lange tijd volkomen niet in lijn te zijn geweest met de ogenschijnlijke juiste waarnemingen, alsnog bevestigd.
1. Eén jaar maakt toch nog geen mondiale opwarming?
Een dergelijk argument is het gevolg van onbekendheid met de werkelijke langjarige temperatuurreeksen en vraagt om de opsomming van een aantal simpele temperatuurfeiten.
- Elk jaar sinds 1917 is warmer geweest dan 1917
1
- De 20 warmste jaren gemeten zijn voorgekomen in de laatste 25 jaar
1
- De vijfjarig gemiddelde mondiale temperatuur in 1910 was 0,8°C lager dan het vijfjarig gemiddelde in 2002
1
Interessant ook om te vermelden is een citaat van de Amerikaanse weerdienst, die in hun analyse van het recordwarme jaar 2005 schreven: “Recordwarmte in 2005 is opmerkelijk, omdat de mondiale temperatuur geen enkele ondersteuning kreeg van een tropische El Niño dit jaar. Het vorige recordjaar, 1998, werd daarentegen met 0,2°C boven de trendlijn getild door de sterkste El Niño in de afgelopen eeuw.”
Dus, ja het is zeker waar dat één recordjaar nog geen langjarige trend maakt, maar dat is allerminst het complete verhaal. In figuur 1 is ook nog even de mondiaal waargenomen temperatuur in de afgelopen 145 jaar weergegeven.
2. In tegenstelling tot wat de computermodellen zeggen, is er eigenlijk geen concreet bewijs voor mondiale opwarming
Er zijn in feite talrijke vormen van concreet bewijs voor mondiale opwarming, in de eerste plaats natuurlijk de waargenomen temperatuur door thermometers op talrijke plekken op aarde
1. Maar ook satellietwaarnemingen
2, radiosondes
3, bodemsedimenten
4, waarnemingen van het afsmelten van gletsjers
5, 6, het structurele afsmelten van zeeijs
7, de stijging in de mondiale zeespiegel
8, reconstructies van de temperatuur uit boomringen en bodemsedimenten
9,10,11,12,13 en het feit dat de permafrost aan het smelten is
14, dragen allemaal onafhankelijk van elkaar bij aan het beeld dat onze planeet gemiddeld gezien flink en grootschalig aan het opwarmen is.
3. Het terugtrekken van een aantal gletsjers is toch nog geen bewijs van mondiale opwarming, dit gebeurt immers al langer?
Er is niemand die stelt dat ‘een aantal’ gletsjers bewijs vormt voor mondiale opwarming. Bewijs is een wiskundig concept. In klimaatwetenschap moet men kijken naar de balans van bewijsmateriaal en dit is simpelweg meer materiaal aan één kant van die balans. De wijdverspreide en snelle terugtrekking van gletsjers, op wereldwijde schaal
15 en in recordtempo
16,17, is slechts nog een observatie die consistent is met het andere ‘smelt’bewijs.
4. De huidige opwarming is toch onderdeel van een natuurlijke cyclus?
Dit argument is in wezen eigenlijk wel humoristisch, aangezien je het dan net zo goed ‘magie’ kan noemen. Natuurlijke cycli hebben vanzelfsprekend ook oorzaken. Hoewel het onweerlegbaar is dat er uiteraard ook diverse cycli en natuurlijke variaties zijn in het mondiale klimaat, zal eenieder die wil volhouden dat de huidige opwarming in zijn geheel of grotendeels natuurlijk is voor twee uitdagingen komen te staan: allereerst zal men één of meer verklarende natuurlijk mechanismen moeten vinden, aangezien de absentie daarvan zou betekenen dat er geen verandering is in de mondiale energiebalans. Dus natuurlijk of niet, we zullen de mysterieuze oorzaak moeten vinden. Ten tweede, een verdediger van de ‘natuurlijke oorzaak’-theorie zal moeten verklaren waarom een 30% toename in de concentraties van het op-twee-na belangrijkste broeikasgas op zichzelf geen verandering teweegbrengt in de mondiale temperatuur.
Met andere woorden, we hebben een goedontwikkelde, intern consistente theorie die de effecten die zijn waargenomen verklaard, dus waar is het sceptische model of theorie waarin CO
2 de temperatuur niet beïnvloed en waar is het bewijs voor een andere natuurlijke forcering? Er is een mooi historisch voorbeeld van een zeer dramatische en erg regelmatige klimaatcyclus die kan worden onttrokken uit de metingen uit ijskernen genomen in zowel Groenland als Antarctica
20. Een naiëve lezing zou zijn dat we nu moeten zitten in een periode van afkoeling, en inderdaad we zien een geleidelijke afkoeling over de lengte van het preindustriële Holoceen, gemiddeld zo’n 0,5°C over 800 jaar. Het is interessant om dit te vergelijken met de hedendaagse fluctuaties. Als we de geleidelijke afglijdingen naar glacialen even buiten beschouwing laten, die veel geleidelijker gingen, dan stelt de zeer plotselinge (geologisch gesproken) temperatuursprong die elke ruwweg elke 100.000 jaar voorkomt een mate van verandering voor die tienmaal zo traag is dan de verandering die we nu meemaken.
Dus zou de huidige verandering natuurlijk kunnen zijn? Nou, er is geen aangewezen natuurlijke oorzaak (en er ís naar gezocht), er is geen theorie van het klimaat waarin CO
2 geen drijvende factor is achter de temperatuur en de eerdere natuurlijke cycli laten niet dezelfde extreme reactie zien als we nu waarnemen.
(Dat is dus ‘nee’).
5. Tijdens het Middeleeuwse Klimaatoptimum was het net zo warm als nu
Feitelijk is er geen goed bewijsmateriaal waaruit blijkt dat het gedurende het Middeleeuwse Klimaatoptimum net zo warm was als nu. Regionaal is het mogelijk dat er plekken zijn geweest die vergelijkbare warmte hebben gekend als tegenwoordig, maar allediverse klimaatreconstructies
9,10,11,12,13 zijn het erover eens dat het nu warmer is en dat de temperatuur sneller stijgt dan gedurende welke periode dan ook in de afgelopen tweeduizend jaar. O ja, over wijn afkomstig uit Engeland zou ik willen zeggen: zoek eens in de supermarkt of bij een erkende wijnhandel naar wijn uit de Camel Valley streek (Cornwall), deze schijnt erg smaakvol te zijn.
6. De planeten Mars en Pluto warmen ook op
Opwarming op een andere planeet zou een eigenaardig toeval zijn, maar dan hoeft het nog niet noodzakelijkerwijs dezelfde oorzaak te hebben. De enige relevante factor die de aarde en Mars delen, is de zon, dus als de opwarming werkelijkheid zou zijn en vergelijkbaar dan zou de oorzaak bij de zon moeten liggen. De zon wordt nauwkeurig bekeken en gemeten vanaf hier op aarde en het is niet de primaire oorzaak van de huidige klimaatverandering
21.
Wat betreft deze mogelijke vondst, er is zeer weinig bewijsmateriaal om mee te werken als het gaat om het ontrafelen van klimaatverandering op Mars (of enige andere planeet). Het enige materiaal dat bekend is, is een serie foto’s van een enkele ijzige regio op het zuidelijk halfrond die afsmelting laat zien over een periode van 6 jaar (~3 Marsjaar)
22. Hier op aarde hebben we directe metingen vanover de hele planeet, wijdverspreide terugtrekking van gletsjers, afname van zeeijs en satellietmetingen van de lagere troposfeer tot de hogere stratosfeer. Om deze enorme berg met gegevens te vergelijken met een aantal foto’s van één enkele regio spant nogal erg naar lichtgelovigheid. In feite vermoeden de wetenschappers die de rode planeet bestuderen, dat dit een regionale klimaatverandering is als gevolg van veranderingen in de baan van Mars zelf
23.
Appendix A: bronvermeldingen
[1] Hansen, J.E., R. Ruedy, M. Sato, and K. Lo. 2006. NASA GISS Surface Temperature (GISTEMP) Analysis. In Trends: A Compendium of Data on Global Change. Carbon Dioxide Information Analysis Center, Oak Ridge National Laboratory, U.S. Department of Energy, Oak Ridge, Tenn., U.S.A.
[2] Fu, Q. and C.M. Johanson (2005), Satellite - Derived Vertical Dependence Of Tropical Tropospheric Temperature Trends, Geophys . Res . Lett . 32 ( 10 ): Art . No . L10703 May 26, 2005.
[3] Angell, J.K. 2006. Global, hemispheric, and zonal temperature deviations derived from radiosonde records. In Trends Online: A Compendium of Data on Global Change. Carbon Dioxide Information Analysis Center, Oak Ridge National Laboratory, U.S. Department of Energy, Oak Ridge, Tennessee, U.S.A.
[4] S. Huang and P.-Y. Shen, "Climate change record in subsurface temperatures: a global perspective" Science, Volume 282, pp. 279-281. 1998.
[5] Cogley, J.G. 2002. Glaciology at Trent. Accessed 10 February 2005.
[6] Dyurgerov, M.B. 2002. Glacier mass balance and regime: data measurements and analysis. Occasional Paper No. 55.
[7] Stroeve, J., M.C. Serreze, F. Fetterer, T. Arbetter, W. Meier, J. Maslanik, K. Knowles. 2005. Tracking the Arctic's shrinking ice cover; another extreme September sea ice minimum in 2004. Geophysical Research Letters, 32, L04501, doi:10.1029/2004GL021810.
[8] Cazenave, A., K. Dominh, F. Ponchaut, L. Soudarin, J. F. Cretaux, and C. Le Provost., 1999: Sea level changes from TOPEX-Poseidon altimetry and tide gauges, and vertical crustal motions from DORIS, Geophys. Res. Lett., 26(14), 2077-2080.
[9] Esper, J., E.R. Cook, and F.H. Schweingruber, 2002, Low-Frequency Signals in Long Tree-Ring Chronologies for Reconstructing Past Temperature Variability, Science, Volume 295, Number 5563, 22 March 2002.
[10] Briffa, K.R., T.J. Osborn, F.H. Schweingruber, I.C. Harris, P.D. Jones, S.G. Shiyatov, and E.A. Vaganov, 2001, Low-frequency temperature variations from a northern tree ring density network, Journal of Geophysical Research, 106 D3 (16-Feb-2001) 2929-2941.
[11] Jones, P.D., K.R. Briffa, T.P. Barnett and S.F.B. Tett, "High-resolution palaeoclimatic records for the last millennium: interpretation, integration and comparison with general circulation model control-run temperatures." The Holocene, Volume 8, pp. 455-471. 1998.
[12] Osborn, T.J. and K.R. Briffa, "The Spatial Extent of 20th-Century Warmth in the Context of the Past 1200 Years." Science, Vol. 311, Issue 5762, pp. 841 . 844, 2006.
[13] Moberg, A, D.M. Sonechkin, K. Holmgren, N.M. Datsenko, and W. Karlén, "Highly variable Northern Hemisphere Temperatures Reconstructed from Low- and High-Resolution Proxy Data." Nature, Vol. 433, No. 7026, pp. 613 - 617, 2005.
[14] Climate warning as Siberia melts, Issue 2512 of New Scientist magazine, 11 August 2005, page 12
[15] Oerlemans, J. 2001. Glaciers and climate change. A.A. Balkena Publishers.
[16] Velicogna, I. and Wahr, J. 2006. Measurements of time-variable gravity show mass loss in Antarctica. Sciencexpress: 10.1126science.1123785.
[17] Hanna,H., P.Huybrechts, I. Janssens, J..Cappelen, K. Steffen, and A. Stephens, Runoff and mass balance of the Greenland ice sheet: 1958–2003, J. Geophys. Res., 110, D13108, doi:10.1029/2004JD005641, 2005.
[18] National Climatic Data Center, “Paleoclimatic Data for the Last 2000 Years”, 2006
[19] Kerwin, M., J.T. Overpeck, R.S. Webb, A. DeVernal, D.H. Rind and R.J. Healy, "The role of oceanic forcing in mid-Holocene northern hemisphere climatic change." Paleoceanography, 14, pp. 200-210. 1999.
[20] Petit, J.R., J. Jouzel, D. Raynaud, N.I. Barkov, J.-M. Barnola, I. Basile, M. Bender, J. Chappellaz, M. Davis, G. Delayque, M. Delmotte, V.M. Kotlyakov, M. Legrand, V.Y. Lipenkov, C. Lorius, L. Pépin, C. Ritz, E. Saltzman, and M. Stievenard. 1999, Climate and atmospheric history of the past 420,000 years from the Vostok ice core, Antarctica, Nature 399: 429-436.
[21] P. Foukal, C. Fröhlich, H. Spruit and T. M. L. Wigley, Variations in solar luminosity and their effect on the Earth's climate, Nature 443, 161-166
[22] Michael C. Malin,* Michael A. Caplinger, Scott D. Davis, Observational Evidence for an Active Surface Reservoir of Solid Carbon Dioxide on Mars, Science 7 December 2001: Vol. 294. no. 5549, pp. 2146 - 2148
[23] Anthony Colaprete et al., Albedo of the south pole on Mars determined by topographic forcing of atmosphere dynamics, Nature 435, 184-188
[24] Stanhill, G., Cohen, S. (2001). Global dimming: a review of the evidence for a widespread and significant reduction in global radiation with discussion of its probable causes and possible agricultural consequences. Agric. For. Meteorol. 107:255-278.
[25] Gilgen, H., M. Wild, et al. (1998). "Means and trends of shortwave irradiance at the surface estimated from global energy balance archive data.". Journal of Climate 11: pp. 2042-2061.
[26] Liepert, B. G. (2002). "Observed Reductions in Surface Solar Radiation in the United States and Worldwide from 1961 to 1990". Geophysical Research Letters 29/12 (2002-05-02): pp. 1421.
[27] F. Varadi, B. Runnegar, M. Ghil (2003). "Successive Refinements in Long-Term Integrations of Planetary Orbits". The Astrophysical Journal 592: 620–630
[28] Berger, A., 1992, Orbital Variations and Insolation Database. IGBP PAGES/World Data Center-A for Paleoclimatology Data Contribution Series # 92-007. NOAA/NGDC Paleoclimatology Program, Boulder CO, USA.
[29] Nicolas Caillon, Jeffrey P. Severinghaus, Jean Jouzel, Jean-Marc Barnola, Jiancheng Kang, Volodya Y. Lipenkov, Timing of Atmospheric CO
2 and Antarctic Temperature Changes Across Termination III, Science 14 March 2003: Vol. 299. no. 5613, pp. 1728 – 1731
[30] Qiang Fu and Celeste M. Johanson, Satellite-derived vertical dependence of tropical tropospheric
temperature trends, Department of Atmospheric Sciences, University of Washington, Seattle, Washington, USA
[31] Hansen, J., Mki. Sato, L. Nazarenko, R. Ruedy, A. Lacis, D. Koch, I. Tegen, T. Hall, D. Shindell, B. Santer, P. Stone, T. Novakov, L. Thomason, R. Wang, Y. Wang, D. Jacob, S. Hollandsworth, L. Bishop, J. Logan, A. Thompson, R. Stolarski, J. Lean, R. Willson, S. Levitus, J. Antonov, N. Rayner, D. Parker, and J. Christy, 2002: Climate forcings in Goddard Institute for Space Studies SI2000 simulations. J. Geophys. Res., 107
Appendix B: figuren
Figuur 1: mondiaal gemiddelde temperatuur sinds 18801
Figuur 2: perioden van relatieve warmte en kou sinds het jaar 80012
Figuur 3: concentraties kooldioxide en temperatuurafwijking t.o.v. heden over de afgelopen 450.000 jaar20
Quote selectie