En hier nog een verhaaltje dat ijs niet altijd dik is en moet zijn om te "overleven"; ook in 1958 bestond dun ijs
wattsupwiththat.com/2009/04/26/ice-at-the-north-pole-in-1958-not-so-thick/
Dat bewijzen ze met een plaatje van een onderzeeër die er doorheen brak. Nu is het zo dat overal in die zee barsten en scheuren ontstaan en vergaan ('polynyas' genoemd). Een kijkje in het archief van
http://arctic.atmos.uiuc.edu/cryosphere/ leert je dat - ook bijvoorbeeld in 1979, oudste jaar in dat archief en het ijs was toen onaangetast, was het een bijzonder bewegelijke boel. Het is er de oorzaak van dat de Noordpool veel minder vaak is bezocht dan de Zuidpool en - als Peary er inderdaad in 1909 niet geweest zou zijn - zelfs pas door Roald Amundsen, per vliegtuig, in 1931 voor het eerst.
In 1958 was de gemiddelde dikte gewoon ergens tussen 200 en 250% van die van thans.
Quote selectie