Ben ik de enige die hier een beetje allergisch voor is?
Een datareeks is een datareeks. Punt uit. Basisgegevens. Geen aanpassingen in je oorspronkelijke meetresultaten.
Achteraf corrigeren is per definitie gevaarlijk voor je neutrale cijfers.
Als je wilt gaan vergelijken doe je alleen in dat onderzoek bepaalde homogenisering en kun je op basis van de kennis van dat moment correcties maken ten behoeve van je vergelijk. Daar ben je open een eerlijk in en je laat zien hoe en waarom je corrigeert. Maar je laat je oorspronkelijke meetgegevens altijd intact en dat blijft de basis van welk onderzoek dan ook.
Nu loop je gevaar dat de oorspronkelijke data steeds onzichtbaarder wordt. Ook loop je gevaren van correctie op correctie. Je gaat rekenen met cijfers die niet echt gemeten zijn, maar gehomogeniseerd. Bij de gemeten Temperatuur hoort ook een dauwpunt, een neerslagintensiteit, een neerslagvorm en ga zo maar door. Ga je daar ook op corrigeren? Dan is het einde zoek, maar de onderlinge verhouding zijn dat nu ook.
Nee, ik ben een fel tegenstander van aanpassen van de data. Meten is meten. In elke periode zal een andere visie, stand van de wetenschap of wat dan ook aan de basis liggen van de behoefte om te homogeniseren, en op de manier van homogeniseren. Dus raak je steeds verder van je neutrale meetdata vandaan.
Ik zeg, niet doen! Je houdt jezelf en anderen voor de gek.
groeten Rob
Hallo Rob,
Allereerst: als je spreekt over neutrale cijfers, neem ik aan dat je niet meent dat het KNMI in zijn werk met homogeniseren bevooroordeeld is geweest. Daarvan uitgaande heb ik gevoelsmatig begrip voor je standpunten, als je stelt dat je niet aan cijfers mag morrelen. Toch denk ik dat hier andere, meer zwaarwegende argumenten spelen, die het rechtvaardigen dat er een aanpassing is gemaakt.
Meten in de fysica is nooit absoluut, elke meting is een benadering. Dat geldt voor het laboratorium, waar je omstandigheden kunt controleren, maar veel meer nog voor meten in de natuur. Het is onmogelijk op exact te bepalen wat bijvoorbeeld de temperatuur, de neerslag en de zonneschijnduur zijn, heel veel hangt af van je opstelling, de apparatuur, et cetera, kortom van keuzes die je moet maken als je gaat meten en meettechnische beperkingen. Op grond daarvan is het niet zinvol om te spreken van ‘neutrale’ cijfers.
Ik kan een praktijkvoorbeeld nemen uit de zeventiger jaren toen ik nog bij de klimatologische dienst werkte. De uurlijkse (of drieuurlijkse) temperatuur van de weerstations van het KNMI werden afgelezen van het thermogram, maar die meting werd gecorrigeerd aan de hand van een paar puntmetingen van een geijkte thermometer. Soms wisselden correcties sterk, van plus naar min en andersom, tussen de punten werd dan geïnterpoleerd. De foutenmarge was aanzienlijk, de menselijke factor idem. Van neutrale cijfers kan je dan al niet meer spreken.
Een ander voorbeeld is de zonneschijnduur. Die werd gemeten met een campbell-stokes. De strook bestuderen was mensenwerk. De grens bepalen tussen al dan niet een brandspoor was lang niet altijd even eenvoudig. Verder had je systematische fouten. Bij helder weer, als de zon maar even fel scheen, kreeg je een grote brandvlek. Volgens de regels moest je dan toch een (te) lange zonneschijnduur opschrijven. Zijn die cijfers ‘neutraal’?
Nu is dat anders, met zonneschijnduur op basis van globale straling, maar speelt weer de vraag of de reeks homogeen is. Een tijd geleden was hier discussie over, met name de zonneschijnduur in de winter was onevenredig hoog, als ik het mij goed herinner. Sindsdien niets meer over gehoord, trouwens. Jammer, voor mijn gevoel blijft vergelijken van nu met vroeger, hoewel dat volop gebeurt, nog steeds problematisch.
Een meetmethode kan onnodig onnauwkeurig zijn, als dat zo is, dan moet je daar eerlijk in kunnen zijn. Bij de weeramateurs werd en wordt wel regen gemeten met een meter aan het balkon, dat kwam vroeger soms gewoon in de klimatologische tabel. Het zijn neutrale cijfers, maar wat zijn ze waard? Het meten onder een pagode is minder extreem in zijn afwijking, maar wel evenzo niet representatief. In zijn downloads waarschuwt het KNMI dan ook terecht dat de cijfers niet bruikbaar zijn voor langjarige vergelijking (trendanalyse) . Dankzij de homogenisering zijn ze dat wel.
Daarom acht ik het positief dat er gehomogeniseerd is. Wel pleit ik ervoor om bij de cijfers aan te geven of dat al dan niet gebeurd is en er aandacht aan te schenken dat de foutenmarge groter is. Als uit de gegevens volgt dat 19 juli 2006 met 35,7 graden voortaan de hoogste temperatuur is, vóór 35,6 van 27 juni 1947, dan mag je voor zover ik het kan zien, daarbij op grond van de foutenmarge een voorbehoud maken.
Quote selectie