Voor het berekenen van trends is het goed als de temperatuurdata van de 5 hoofdstations zo homogeen mogelijk zijn. Het is goed mogelijk dat de series nu verbeterd zijn; het ziet er in ieder geval naar uit dat hier veel aandacht aan besteed is. Toch zijn er nog wel wat kanttekeningen bij te maken.
1. Het is in de beschikbare gegevens niet duidelijk van welke plek ze afkomstig zijn, bijvoorbeeld de gegevens van Groningen en Eelde worden beschikbaar gesteld met stationsnummer ...
2. Een paar jaar geleden (2014) was er ook al een aanpassing in de gegevens. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?
3. De gegevens kloppen niet meer met (recente) publicaties van bijvoorbeeld hittegolven, koudegetallen, jaar- en maandgemiddelden.
4. De gegevens van De Bilt vertonen nog steeds een sterkere stijging dan het gemiddelde van de andere 4 stations.
5. Er zijn aanwijzingen dat de gegevens van KNMI vóór 1951 in het verleden ook al aangepast zijn.
6. Dit geeft munitie voor zelfbenoemde 'klimaatsceptici'.
Ik heb me de afgelopen jaren hier al in verdiept en ik zal deze punten verder toelichten.
Punt 1. Dit punt is makkelijk op te lossen door in de download van het KNMI een apart fictief stationsnummer toe te kennen aan data die eigenlijk ergens anders gemeten zijn, bijvoorbeeld stationsnr 281 voor data van Groningen omgerekend naar Eelde.
Punt 2. Ik kan niet meer precies nagaan wat er toen veranderd is. Ik meen me toen te herinneren dat 1963 toen zijn status van strengste winter (Hellmann) is kwijtgeraakt aan 1947.
Punt 3. Dat is behoorlijk suf. In 2011 is de Klimaatatlas uitgegeven voor een breed publiek in een grote oplage. Veel van wat hier instaat klopt nu niet meer. Niet erg handig. (trouwens, er stonden toch al veel storende fouten in). Zelfs nu staat op de website van het KNMI bij de toelichting van hittegolven nog dat er in de zomer van 1947 vier waren.
https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/hittegolf
Punt 4. Ik heb uitgerekend hoe de temperatuur van De Bilt zich verhoudt tot het gemiddelde van de andere hoofdstations (zie ook onder). Gemiddeld komt dat aardig overeen. Maar De Bilt blijkt sneller te stijgen dan de andere stations. Dat kan betekenen dat de correctie voor de overgang van Pagoge naar Stevensonhut niet optimaal is uitgevoerd, of het kan betekenen dat De Bilt meer last heeft van toenemend stadseffect dan de andere stations. Er lijkt wel een trendbreuk te zijn in de Bilt rond 1951. Maar ook de andere stations laten nog trendbreuken zien. (zie aparte reactie hier onder (komt nog))
Punt 5 en 6. Het punt van de Pagode kwam ik voor het eerst tegen op de beruchte website Climategate.nl. Zie de volgende link, scroll even naar beneden dan gaat het over De Bilt (Hans Erren)
http://climategate.nl/2015/10/13/mysterieuze-verdwijning-van-een-halve-graad/#nofollow/21/
Er werd beweerd dat de temperatuurgegevens van De Bilt niet klopten, en dat de gegevens van vóór 1951 wel 0,5 graden naar beneden waren bijgesteld, om zo een temperatuurstoename te suggereren. De bron was een Amerikaanse website.
Het leek me onzin, maar omdat het ook raar is als iemand een dataset helemaal uit zijn duim zuigt heb ik toch nagegaan of dat kon. Dat heb ik gedaan door een vergelijking van De Bilt met de gegevens van de 4 andere hoofdstations in de periode 1948-1958. Binnen die periode zijn alle reeksen homogeen. In de praktijk gaat het om Eelde, Den Helder (stad), Souburg en Maastricht. De conclusie was dat een foutieve correctie cq bewuste verlaging van 0,5 graden onwaarschijnlijk is; een trendbreuk van ca 0,1 graad kan wel.
Waar komen dan die data van De Bilt uit Amerika vandaan? Is er misschien een gedigitaliseerde reeks van ongecorrigeerde pagodedata? Die zijn dan later terecht bijgesteld, maar dat betekent dan wel dat er oorspronkelijk iets anders is afgelezen en dat er nu een tweede of derde correctie is uitgevoerd.
Het is duidelijk dat sites als Climategate.nl hiermee aan de haal kunnen gaan; het was m.i. toch beter geweest als het KNMI in een persbericht de wijziging had aangekondigd en toegelicht.
Quote selectie