Dag, ook excuses voor mijn late reactie.
In De Bilt werd tot 1950 in de pagodehut waargenomen, daarna in een Stevensonhut. De procedure voor de klimatologische waarnemingen was tot 1971 als volgt: driemaal per dag, om 8, 14 en 19 uur middelbare zonnetijd werd de kwikthermometer afgelezen. Tegelijkertijd stond in de hut een thermograaf en een Six maximum- minimumthermometer. De van de thermograafstrook afgelezen uurlijkse waarden werden gecorrigeerd naar de gemeten waarden met de thermometers. Deze procedure werd al gevolgd in de Utrechtse periode, dus vanaf eind 1848.
Rond 1950 werd ook het synoptische meetnet ten behoeve van de weersverwachting opgezet. In 1971 zijn deze twee meetnetten samengevoegd.
Er zijn dus over dit twintigtal jaren twee datasets voor De Bilt.
De gehomogeniseerde gegevens voor De Bilt gaan tot 1951 en hebben betrekking op de overgang van pagodehut naar Stevensonhut en de kort daarop volgende verplaatsing van de beschutte plek naar een open meetveld in 1951. Daarna zijn de gegevens niet gewijzigd dus voor de verlaging van de metingen van 2,20 meter naar 1,50 en andere inhomogeniteiten is niet gecorrigeerd.
Ik heb een link bijgevoegd van het rapport waarin beschreven is hoe in 2013 de bepaling van de temperaturen zijn gestandaardiseerd.
Quote selectie