Om 22:10 op 9 oktober was de stand van mijn poll op het algemene weerforum:
53% (60 van de 113) gaf het verkeerde antwoord door “Juist” te stemmen op de stelling:
Eerst was er de opwarming van de laatste decennia; daarna kwam de AGW-CO2-hypothese om de opwarming te verklaren.
Om alle misverstanden te voorkomen had ik er bij gezet:
NB Het gaat dus niet over de juistheid van de hypothese, maar over de historische volgorde.
Voor de volledigheid nog de definities:
AGW = wereldwijde klimaatopwarming door de mens veroorzaakt
AGW-CO2-hypothese= de wetenschappelijk verondersteling dat door toename van door de mens geproduceerde CO2 het klimaat wereldwijd opwarmt.
Welnu: 53% meende dat de stelling juist was en zat er dus naast!
De hypothese is veel ouder en in 1896 al geformuleerd door Svante Arrhenius, al dacht hij dat het nog wel 3000 jaar zou duren voor het CO2-gehalte van de atmosfeer verdubbeld zou zijn. Het broeikaseffect als hypothese is nog ouder en is plm 1830 te dateren. Verderop in dit verhaal ga ik nog iets meer op de geschiedenis in.
Ik weet natuurlijk niet wie hier op welke wijze gestemd heeft en wat de relatie is tot de opvattingen in het klimaatdebat, maar het resultaat geeft te denken. Onkunde aan de basis van het CO2-verhaal kan tot een verkeerd beeld leiden. Wie hierover wil discussieren: ga eerst eens naar de link onderaan dit bericht en bestudeer de geschiedenis. Ik kan dat trouwens iedereen aanbevelen om een beter beeld te krijgen van de achtergronden van de AGW-theorie. Ik wist, zoals velen van mijn generatie al lang van het broeikaseffect en van de invloed van CO2 door de mens geproduceerd. Bestuderen van de geschiedenis heeft voor mij in het kader van het klimaatdebat wel verhelderend gewerkt, bijvoorbeeld als blijkt dat Hans Labohm hierover misleidende informatie geeft, wat kennelijk tot doel heeft het eigen gelijk naar zich toe te halen. Daar kijk je dan gewoon doorheen als je iets meer weet van de achtergrond.
Steeds vaker bekroop mij bij discussies op dit forum en elders het gevoel, dat mensen het niet over dezelfde dingen hebben en soms een heel verschillend beeld hebben van de feitelijke gang van zaken. Ik heb wel eens de indruk gekregen dat veel mensen denken dat de AGW theorie iets nieuws is, van de laatste jaren, van het IPCC of van Al Gore. Voorts bleek op de site “De klimaatgek” opnieuw de bestaande theorie ten onrechte als “twijfelachtige hypothese” te worden weggezet; daarbij bekroop mij het gevoel dat dit voortkwam uit onkunde of bewust tendentieus spreken over de achtergrond van de theorie.
Klimaatpopulisten lijken dankbaar gebruik te maken van de verwarring over de geschiedenis en de aard van de theorie. Alsof de AGW-theorie een twijfelachtige hypothese is die te hulp geroepen wordt om de gemeten opwarming te verklaren. Dat dit geschiedvervalsing is in mijn ogen mag duidelijk zijn; en wie de geschiedenis bestudeert, weet dat ik dat niet op grond van een privé-mening zeg.
Uit dit misverstand over de geschiedenis en de aard van de theorie kan ook verklaard worden waarom vaak die gekke vraag gesteld wordt, die ik steeds maar moeilijk kon begrijpen:
“als er nu eens geen opwarming zou blijken te zijn, wat dan?”
Dat is een goede vraag,
indien de AGW-hypothese onstaan is met het doel de al dan niet vermeende opwarming te verklaren. In dat geval is er een probleem als de opwarming ophoudt of stokt of iets dergelijks. De vraag komt waarschijnlijk uit onbegrip voort en is niet van toepassing. Opwarming is om te beginnen al gemeten, en voorts stond de theorie al vast op basis van toepassing van natuurwetten en valt niet zo maar bij een serie onverwachte metingen. Als de opwarming stagnatie laat zien, verandert er niets aan de basis van de theorie. Wel kan de vraag gesteld worden welk ander effect van buitenaf hier een rol speelt, of welk gecompliceerd effect binnen het systeem een dergelijke fluctuatie zou kunnen verklaren.
Toch nog iets over de “oertijd” van de AGW-theorie:
De eerste theorieën over het broeikaseffect dateren al van ongeveer180 jaar geleden: Joseph Fourier veronderstelde al omstreeks 1830, dat bepaalde gassen in de atmosfeer de zonnewarmte zouden vasthouden. Bij Arrhenius begint in 1896 het rekenwerk aan de invloed van CO2 als broeikasgas, zij het dat zijn eerste interesse niet bij de mogelijke opwarming lag. Een opwarming door menselijke invloed lag nog buiten het voorstellingsvermogen.
Er is dus geen sprake van een hypothese die pas na de geconstateerde opwarming van de laatste decennia is gekomen. De hypothese was er al ongeveer 100 jaar eerder! Daarna, en zeker voor 1980, is er al veel wetenschappeljk werk verricht om een beter beeld van de te verwachten opwarming te krijgen. Algemeen wordt aangenomen, dat we nu een vrij nauwkeurg beeld hebben van de invloed van CO2 op de stralingsbalans van de atmosfeer. Een onzekerheid onstaat pas bij het berekenen van de effecten op het ingewikkelde samenspel van atmosfeer, bodem, biosfeer, oceanen, landijs en zee-ijs. (misschien vergeet ik iets?). Die onzekerheid wordt, voor zover ik weet, ook steeds door de wetenschap zelf mee weergegeven.
De opmerking van Sjoerd, dat er toch eerst iets wordt waargenomen, waarna een theorie komt om dat te verklaren, snijdt geen hout. Het gebeurt vaak genoeg in de natuurwetenschap dat een theorie iets voorspelt, dat pas later, soms veel later, door waarnemingen wordt bevestigd. Denk aan de relativiteitstheorie. (Zoek maar eens op Wikipedia).
Svante Arrhenius begon met zijn berekeningen vanwege zijn interesse voor de ijstijden. Zijn collega Arvid Högbom becijferde dat de mens CO2 in de atmosfeer brengt, maar schatte dat in op ongeveer hetzelfde niveau als dat van natuuurlijk geofysische processen. Het bedroeg destijds per jaar nog geen 1 duizendste van de hoeveelheid aanwezige CO2. Arrhenus ging opnieuw aan het rekenen, nu aan de toename van CO2, en becijferde dat een verdubbeling van het CO2-gehalte een temperatuurstijging van 4 – 5 graden zou veroorzaken. Dit resultaat is te hoog, maar daar gaat het nu niet om. De theorie voorspelde een opwarming; de huidige versie van de theorie voorspelt nog steeds een opwarming en de waarnemingen lijken de theorie te bevestigen.
Dus in dit geval: eerst de hypothese, dan de theorie op basis van uitgebreider kennis en rekenmethoden en dan pas de feiten (waarnemingen)
Groet,
Cees
Quote selectie