Het bepalen van de omtrek van het zeeijs en de bijbehorende oppervlakte kan soms moeilijk zijn, zeker als er gebruik wordt gemaakt van verschillende satellieten. Het NSIDC gebruikt de zeeijs-concentraties bepaald uit microgolf-informatie van diverse satellieten: de DMSP F-9, F-11, F-13 en F-17, alsmede de Nimbus-7. Op deze satellieten zit een Special Sensor Microwave Imager of SSM/I. De vertaling van deze informatie naar zeeijs-concentraties wordt door het NSIDC gedaan met een algoritme ontwikkeld door de NASA. De benadering van het NORSEX algoritme is aanzienlijk anders, met een grotere onzekerheid in de verkregen waarden. Het algoritme gebruikt ook een aantal vooringegeven waarden (bijv. voor de doorzichtigheid van de atmosfeer). Daardoor is het minder zeker of er echt sprake is van ijs, of half gesmolten water. Het algoritme van de NASA is bewust ontwikkeld voor het instrument dat op de satellieten zit. Het NORSEX algoritme is veel algemener en daardoor toch niet optimaal voor deze satellieten en hun instrumenten. Er zijn naast het NASA en NORSEX algoritme nog een stuk of vijf algoritmen, die allemaal een net iets andere benadering kiezen om de microgolf-gegevens te vertalen naar temperaturen en tenslotte ijsconcentraties. Het NASA algoritme levert verder altijd de laagste waarden op, het is dus conservatief in zijn inschatting van de hoeveelheid ijs. Bij mijn weten is het NASA algoritme mede daarom het betrouwbaarste, omdat ermee de kans op foute waarden het kleinst is.
Gr. Ben
Quote selectie