Allereerst draait alles om waarschijnlijkheden. We kunnen oorzaken tegen elkaar afwegen op basis van de verwachte patronen die erbij horen en de waarnemingen die we hebben. De antropogene oorsprong van de moderne opwarming is ook falsifieerbaar, omdat het enkele unieke dingen postuleert die niet horen bij 'natuurlijke' opwarmingsmechanismen.
Bijvoorbeeld: het CO
2-molecuul is een molecuul dat energie in het infrarood absorbeert en remitteert. De fysische eigenschappen van het molecuul en zijn gedragingen onder uiteenlopende druk zijn goed bekend uit laboratoriumexperimenten. Het is ook bekend dat de mate van absorptie bij oplopende concentraties verplaatst van het centrum naar de vleugels van het spectrum. Verder komt het molecuul hoofdzakelijk voor in de troposfeer en amper daarboven, mede vanwege de zwaartekrachtsaantrekking ten gevolge van zijn massa (44 g/mol). Dat brengt mij bij...
Falsifieerbare verwachting #1: fysica en stralingsleer schrijven voor dat een (exogene) toename van CO
2 in de troposfeer moet leiden tot opwarming in die laag waar het molecuul ook het meest voorkomt en tot een verhoudingsgewijs veel grotere afkoeling boven het effectieve stralingsniveau van de aarde (rond 5,5 kilometer), hoofdzakelijk in de stratosfeer, leidt om het stralingsevenwicht van de planeet te behouden. Dit effect treedt veel minder op, als er sprake is van een exogene oorzaak, zoals meer directe instraling van de zon.
De waarnemingen laten inderdaad opwarming in de troposfeer en sterke afkoeling in de stratosfeer zien, waardoor de aarde zijn stralingsevenwicht probeert te handhaven.
Falsifieerbare verwachting #2: fossiele brandstoffen, zoals olie, zijn in feite oude vegetatie, gevormd door een proces dat honderdduizenden jaren kost. Een koolstofmolecuul bestaat uit een koolstofatoom en twee zuurstofatomen. Het koolstofatoom bevat 6, 7 of 8 neutronen (massagetal 12, 13 en 14, afgekort 12C, 13C en 14C).
Van alle koolstofatomen op aarde is 99% van het type 12C, 1% van type 13C en rond 1 op een biljoen van 14C. Bij fotosynthese met gebruik van de C3-methode extraheren planten uit de lucht koolstof en stoten weer zuurstof uit. Daarbij hebben zij voorkeur voor 13C-arm koolstof (dus alleen de 12C, die gelukkig wel rijkelijk voorkomt). Daardoor bevatten biomassa en ook afgestorven planten relatief minder 13C-koolstof dan in de atmosfeer.
Bij de verbranding van fossiele brandstoffen, lees oude biomassa, komt koolstof vrij met een lager 13C-gehalte dan de atmosfeer bevat. Als de verbranding van de brandstoffen dusdanig is, dat het serieuze invloed heeft, dan moet de verhouding tussen 13C en 12C in de atmosfeer gaan dalen. Dat wordt ook waargenomen.
Er zijn natuurlijk nog een heleboel andere 'tests' te bedenken die expliciet zowel de toename van koolstofdioxide als oorzaak van de opwarming, als de antropogene oorsprong van de CO
2-toename heel goed falsifieerbaar maken.
Gr. Ben
Quote selectie