Ik kan me wel vinden in het stuk wat Frank schrijft. Volgens mij zegt het KNMI mbt onzekerheid hetzelfde in onderstaande rapport.
In geval van dit voorbeeld (straling)kan het best zijn tot daar nu juist wel wat meer zekerheid in is. Ik kan me dan ook wel de ergernis voorstellen als je tegen beweringen hoort, terwijl in je eigen beleving al zoveel bewijs is.
Tegelijkertijd, in bredere zin, is het volgens mij ook zo dat vraagtekens gezet kunnen worden bij onze kennis en wat onze kennis waard als je die vergelijkt met onze kennis over 100 jaar? Ik denk dat je als wetenschapper altijd scherp moet blijven, kritisch en open staand voor nieuwe ideeen. Dat in de academische wereld niet altijd veel ruimte voor is, heb ik zelf in studie en werk (op de universiteit gewerkt) zelf gemerkt. Dat Frank daar op wijst, is volgens mij juist en een algemeen aanvaard psychologisch principe (afweermechanisme). Maar ja, wat is dat dan weer waard? Ergens zul je dus wel een werkbare waarheid moeten hebben. En die kan voor een leek anders zijn dan voor een vakman.
In de economie worden zaken veelal bewezen met cijfers. Nu ik kan je zeggen dat ik investeringsanalyses in het buitenland moest opstellen die vervolgens positief bleken te zijn, maar als dan de vraag erbij kwam hoe zit het dan met het slagen van het management in het buitenland en hoe dat te verrekenen in de cijfers, dan werd het stil. Dat heeft voor mij zelf wel de ogen geopend.
Nu zullen natuurkundige wetten wel anders in elkaar zitten. Maar ook die lijken me vol te zitten met aannames en interpretaties van 'feiten'. Dat wil niet zeggen dat ik niet luister naar de vakmensen, ik kan niet me ze vakinhoudelijk praten. Mij ontbreekt het aan kennis. Maar ik kan wel in meer algemene zin met hen praten. Asymmetrische informatie verdeling of niet, er moet ruimte kunnen zijn voor verschillende inzichten. Waarbij het hebben van vakkennis of het zijn van leek zowel een voordeel als een nadeel is (zie argumentatie Frank).
Tegelijkertijd hoop ik dat zij net als ik over mijn eigen vakgebied kritisch en openstaand blijven. Dat is toch de basishouding van een wetenschapper.
KNMI schrijft mbt IPCC rapport
On)zekerheid
Het klimaatsysteem is bijzonder complex. Daardoor is het bijna nooit mogelijk om uitspraken te doen die 100 % zeker zijn. Dit komt deels door het bestaan van interne variabiliteit (chaos), maar ook door de onvolledigheid van meetreeksen en de beperkingen van klimaatmodellen. Het IPCC heeft veel zorg besteed aan het zichtbaar maken van deze (on)zekerheden door uitspraken te voorzien van een waarschijnlijkheidsindicatie. Daarbij is gebruik gemaakt van een glijdende schaal (nagenoeg zeker [virtually certain] > 99 %, hoogstwaarschijnlijk [extremely likely] > 95 %, zeer waarschijnlijk [very likely] > 90 %, waarschijnlijk [likely] > 66 %, meer waarschijnlijk dan niet [more likely than not] > 50 %, onwaarschijnlijk [unlikely] < 33 %, zeer onwaarschijnlijk [very unlikely] < 10 % en hoogst onwaarschijnlijk [extremely unlikely] < 5 %). In de meeste gevallen zijn deze schattingen gemaakt door de betrokken deskundigen, waarbij zij hun oordeel baseren op alle beschikbare informatie. Er zitten onvermijdelijk subjectieve elementen in deze benadering. Toch wordt zo een goed onderbouwde schatting gemaakt van waarschijnlijkheden, die kan dienen als basis voor een risicobenadering bij besluitvorming. Daarbij is natuurlijk niet uit te sluiten dat nieuwe ontwikkelingen in de toekomst tot andere kansschattingen zullen leiden.
Quote selectie